Gebruiksnormen bij verschillende landbouwkundige en milieukundige uitgangspunten

14-10-2004 | Publicatie

De Werkgroep Onderbouwing Gebruiksnormen (WOG) heeft in opdracht van de Ministeries van LNV en VROM nagegaan hoeveel werkzame stikstof (N) gegeven kan worden en welke N-concentraties in grond- en oppervlaktewater gerealiseerd worden als N-adviezen gevolgd zouden worden, als tien procent beneden die adviezen bemest zou worden en als aan MINAS verliesnormen voldaan zou worden. Daarnaast is de WOG gevraagd na te gaan hoeveel werkzame N gegeven zou kunnen worden als, omgekeerd, aan een N-concentratiedoelstelling voor grondwater (50 mg nitraat per liter) of oppervlaktewater (2,2-10 mg N-totaal per liter) voldaan wordt. De genoemde N-varianten zijn onderzocht voor verschillende uitgangspunten van toelaatbaar geachte fosfaatoverschotten.

De WOG heeft de relaties tussen de werkzame N-gift en de N-concentratie in grond- en oppervlaktewater beschreven. Hoewel een uniforme N-gebruiksnorm voor alle gewassen vanuit een uitvoeringsoogpunt handig is, bleek een dergelijke vereenvoudiging wetenschappelijk geen recht te doen aan mogelijke verschillen in regionale ecologische en daarmee chemische doelstellingen en aan aanmerkelijke verschillen tussen gewassen, bouwplannen en grondsoorten met betrekking tot N-afvoer, N-benutting, aard van de N-meststof en het lot van het N-overschot.

Als gevolg hiervan varieert een verantwoorde gebruiksnorm van minder dan 100 tot bijna 400 kg werkzame N per ha. Met name op drogere zandgronden, maar ook op klei- en veengronden bij strenge milieukwaliteitsdoelstellingen voor oppervlaktewater, kan dikwijls minder bemest worden dan thans wordt geadviseerd of toegestaan in het kader van voorziene MINAS verliesnormen. Overeenkomstig de opdracht heeft de WOG zich niet gebogen over de vraag hoe een balans gevonden kan worden tussen de behoefte aan differentiatie enerzijds en eenvoud anderzijds. De WOG merkt op dat er vragen resteren die aanvullend onderzoek rechtvaardigen, maar dat er vanuit milieudoelstellingen bezien voldoende aanleiding bestaat om gebruiksnormen op een lager niveau in te stellen dan het niveau dat vanuit het huidige N-advies of MINAS verliesnormen zou kunnen worden afgeleid.