Grootschalige PM2.5-concentratiekaarten van Nederland. Een voorlopige analyse

30-10-2007 | Publicatie

Als voorbereiding op het van kracht worden van Europese normen voor PM2.5 is onderzocht hoe grootschalige concentratiekaarten van PM2.5 kunnen worden gemaakt en wat de concentraties in Nederland zijn. De haalbaarheid van de normen voor Nederland wordt in deze voorlopige analyse besproken. Hierbij moet rekening worden gehouden met de vele onzekerheden rondom PM2.5 met betrekking tot emissies, de chemische samenstelling en de metingen.

Concentratiedaling

Een voorlopige analyse van PM2.5-concentraties in Nederland naar de haalbaarheid van de voorgestelde Europese streef- en grenswaarden voor PM2.5 laat zien dat de concentraties dalen tussen 2010 en 2020. Voor agglomeraties worden reducties berekend van 6-10% op basis van vaststaand nationaal en Europees beleid en van maximaal 14-19% op basis van extra beleid. De voorgestelde Europese streefwaarde van 20% voor deze reductie wordt op basis van deze scenario’s met alleen technische maatregelen waarschijnlijk niet gehaald. Mogelijk kan dit wel met additionele agglomoratiebrede lokale maatregelen.

Methode grootschalige kaarten

In de analyse zijn kaarten gebruikt die een grootschalig beeld geven van de PM2.5-concentratie in Nederland, rekening houdend met de vele onzekerheden rondom de emissies van PM2.5, de chemische samenstelling en de metingen. Samen met additionele lokale bijdragen bij drukke wegen wordt de totale PM2.5-concentratie verkregen.

Maximale concentraties PM2.5

Maximale PM2.5-concentraties worden berekend voor het westen en zuiden van Nederland. Op basis van het vaststaand nationaal en Europees beleid is de berekende concentratie drukke langs wegen daar tussen 15 en 26 µg/m³ in 2015. De totale PM2.5-concentratie zal daarmee naar verwachting op slechts een beperkt aantal plekken in Nederland hoger zijn dan de voorgestelde grenswaarden van 25 μg/m³ in 2015. Hierbij is uitgegaan van een verhoging van de grootschalige PM2.5-concentratie door lokale bronnen en een onzekerheid in de metingen van ongeveer 2,5 µg/m³.