Het 'VELD'-project: een gedetailleerde inventarisatie van de ammoniakemissies en -concentraties in een agrarisch gebied

17-05-2005 | Publicatie

Het onderwerken van mest levert de grootste bijdrage aan de reductie van de ammoniakemissie. Op basis van recente metingen (het VELD project) blijkt de uitstoot van ammoniak echter hoger dan eerder aangenomen. Als de omstandigheden in de studie representatief zijn voor de rest van Nederland, dan zou dit betekenen dat het minder waarschijnlijk wordt dat Nederland het NEC-doel voor ammoniak in 2010 haalt.

In een gebied van ca 9 km² rondom Vragender (Gld.) is gedurende de periode juni 2002 tot september 2003 het pilot project VELD uitgevoerd. Enerzijds werden van alle agrarische activiteiten in het gebied de ammoniakemissie bepalende factoren in kaart gebracht en daaruit de ammoniakemissie berekend. Anderzijds is op 50 locaties in het gebied de ammoniakconcentratie in de lucht gemeten. Vergelijking tussen berekende ammoniakconcentraties op basis van de emissies en gemeten ammoniakconcentraties leverde in het algemeen een goede overeenkomst op. Echter tijdens de mestaanwending in het voorjaar 2003 werd een grote discrepantie gevonden..Belangrijkste redenen hiervoor zijn een onderschatting van de emissies door mestaanwending tijdens het droog en zonnig voorjaarsweer en een vermindering van de droge depositie van ammoniak ten tijde van de aanwending.

De berekende ammoniakconcentraties waren in de voorjaarsperiode waarin veel mest wordt toegediend (februari-april 2003) ca. 35% lager dan de gemeten concentraties. In de winterperiode -als er vrijwel alleen uit de stallen ammoniak komt, was er maar een onderschatting van ca. 5%. Gemiddeld op jaarbasis komt het verschil tussen gemeten en berekende concentraties, ook wel het ammoniakgat genoemd, in Vragender uit op 15%. De belangrijkste oorzaak van het verschil van ca. 35% in het voorjaar is waarschijnlijk een onderschatting in de rekenmodellen van de emissies bij mesttoediening tijdens perioden met droog en zonnig weer. Daarnaast is de grootte van de droge depositie van ammoniak gedurende het voorjaar van 2003 zeer onzeker en mogelijk is deze sterk verminderd doordat op grotere schaal in de nabije omgeving van het gebied en de rest van Nederland het bemeste gras- en bouwland met ammoniakaal-stikstof verzadigd is.

Als het verschil tussen gemeten en berekende concentraties tijdens de voorjaarsperiode geheel toegeschreven wordt aan de emissies bij mesttoediening dan zouden deze ongeveer een factor 2,5 onderschat zijn. Als aangenomen wordt dat de depositie aanzienlijk verminderd is dan zou de onderschatting van de toedieningsemissies circa een factor 1,2 bedragen. Aangezien de gedetailleerde benadering slechts in één gebied en slechts gedurende één jaar is uitgetest, mogen de resultaten niet direct op landelijke schaal vertaald worden. Als verondersteld zou worden dat de omstandigheden en de landbouwpraktijk in het pilot-project representatief zijn voor Nederland, dan zou de factor 1,2 à 2,5 onderschatting op nationale schaal betekenen dat in het voorjaar van 2003 tussen de 3 en 23 kton meer ammoniak vrijgekomen zou zijn dan volgens de gangbare berekeningen. Ter vergelijking: volgens de gangbare berekeningen bedroeg de nationale ammoniakemissie in 2002 ca 136 kton.

Toelichting op het landelijke ammoniakgat: in Nederland worden de ammoniakconcentraties in de lucht gemeten op acht locaties van het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit (LML). Daarnaast worden de ammoniakconcentraties in Nederland berekend met een model op basis van berekende ammoniakemissies. De op deze wijze berekende ammoniakconcentraties zijn reeds een aantal jaren ca. 30% lager dan de ammoniakconcentraties die gemeten worden in het LML. Dit verschil van ca. 30% wordt ook wel het ammoniakgat genoemd en was mede aanleiding voor de pilot.

De onderzoekers hebben de nieuwe methode toegepast in het pilot project 'VELD' (Vergelijking Emissiemodellen LanDbouwpraktijk), dat duurde van juni 2002 tot september 2003. In het project is de ammoniakemissie op detailniveau geschat, dat wil zeggen verfijnd in ruimte en tijd, waarmee een goede relatie tussen metingen en berekeningen van de ammoniakconcentraties in de lucht gelegd kon worden; zowel qua ruimtelijke verdeling als qua tijdverloop. In een gebied van ca. 9 km² rondom de dorpskern van Vragender (gelegen in de gemeente Groenlo-Lichtenvoorde, Gld) zijn op twee locaties continue metingen van de ammoniakconcentraties in de lucht gedaan en op 50 locaties is de gemiddelde concentratie steeds per twee weken gemeten. Daarnaast registreerden agrariërs gegevens over hun stallen, mest en gras- en bouwland. Op basis van die registratiegegevens zijn met modellen eerst de ammoniakemissies van agrarische bronnen en daarna de ammoniakconcentraties in de buitenlucht berekend; dit veel gedetailleerder dan tot nu toe. De gemeten en de berekende ammoniakconcentraties zijn vervolgens met elkaar vergeleken en oorzaken van verschillen zijn onder de loep genomen.