Beperking klimaatverandering haalbaar tegen verlies van 0,6-3% mondiaal inkomen

04-05-2007 | Publicatie

Uit het zojuist verschenen IPCC rapport blijkt dat er maatregelen genoeg beschikbaar zijn om de groei van broeikasemissies terug te dringen en zo de mondiaal gemiddelde opwarming te beperken tot 2 á 3 graden Celsius. Zonder extra klimaatbeleid zouden de broeikasgasemissies juist met 25-90% stijgen tussen 2000 en 2030. Beperking tot 3 graden C leidt naar schatting tot 0,6% afname van het bruto mondiaal product (BMP) in 2030. Volgens berekeningen van het MNP komt dit neer op gemiddeld $60 per wereldburger*. Tegen hogere kosten is het ook mogelijk de stijging te beperken tot 2 graden Celsius. Dit komt neer op circa 3% afname van het BMP (MNP: gemiddeld 300$ per wereldburger). Energiebesparing in de gebouwde omgeving heeft wereldwijd het grootste potentieel om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen tegen relatief de laagste kosten. Het feit dat het technisch mogelijk is emissies te reduceren tegen beperkte totale kosten leidt volgens het rapport nog niet automatisch tot verregaande reducties. Het MNP heeft de leiding gehad over de totstandkoming van dit rapport.

IPCC rapport

Op 4 mei heeft het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) de samenvatting voor beleidsmakers van het vierde assessment rapport van Werkgroep III van het IPCC goedgekeurd. Dit rapport geeft een overzicht van de huidige kennis over mogelijke maatregelen om klimaatverandering te verminderen. Eerder dit jaar verschenen de samenvatting van de rapporten van Werkgroep I (verandering van het klimaat) en Werkgroep II (gevolgen van klimaatverandering en mogelijkheden voor aanpassing).

Zonder klimaatbeleid toename broeikasgassen

De afgelopen 35 jaar zijn de broeikasgasemissies wereldwijd met ca. 70% toegenomen. Het is de verwachting dat zonder extra klimaatbeleid deze trend voort zal zetten: emissies in 2030 zijn naar verwachting 25-90% hoger dan in 2000, vooral veroorzaakt door een verdere stijging van het energieverbruik. De sterkste groei vindt naar verwachting plaats in ontwikkelingslanden met sterk groeiende economieën zoals China, India, Brazilië.

Terugdringen emissies

Het aangeven van temperatuur consequenties van emissieontwikkeling is lastig vanwege de onzekerheid in het klimaatsysteem. Op basis van huidige inzichten leidt een broeikasgasconcentratie van 550 ppm CO2-eq** in de atmosfeer bij een middenschatting (50% kans) tot ongeveer 3° Celsius temperatuurstijging en 450 ppm CO2-eq** tot net iets meer dan 2° Celsius (de huidige concentratie is circa 430 ppm). Om deze concentratie niveau’s te bereiken mogen de komende jaren wereldwijd de emissies nog beperkt stijgen, maar moeten zij in 2030 gedaald zijn tot het huidige niveau of zelfs licht hieronder. Op de lange termijn, moeten de broeikasgas-emissies nog veel verder worden teruggedrongen.

Kosten tot 3% van het BNP

Het IPCC schat dat het totale (technische) potentieel aan maatregelen voldoende is voor de emissie reducties die nodig zijn voor beperking van de temperatuurstijging tot zowel 3° Celsius als 2° Celsius. De kosten van het invoeren van een pakket maatregelen om de wereldwijde stijging van de temperatuur te beperken tot 3° Celsius zijn naar schatting zo’n 0.6% vermindering van het BNP in 2030, oftewel gemiddeld een 0.02% afname van de jaarlijkse groei tot 2030. Uit MNP berekeningen blijkt dat dit impliceert dat het gemiddelde inkomen per wereldburger met zo’n $60 afneemt. De onzekerheidsrange bij deze getallen gaat van 0-2.5%. Het IPCC rapport laat ook zien dat er minder studies zijn die naar beperking tot 2° Celsius hebben gekeken; deze studies geven aan dat de inkomensverliezen hier in 2030 minder dan 3% van het bruto mondiaal product zijn. Het IPCC geeft hier geen onzekerheidsrange, omdat hiervoor nog te weinig studies zijn uitgevoerd. Op regionale schaal kunnen de kosten sterk van dit gemiddelde afwijken.

Kosten kunnen ook worden uitgedrukt in termen van de prijs per vermeden emissie-eenheid (in $/tCO2-eq**). Het is volgens het rapport mogelijk om de verwachte groei van de uitstoot van broeikasgassen wereldwijd in 2030 te stabiliseren op huidig niveau tegen ca $20 / ton CO2 –equivalent** Voor $50 /ton is een 15-20% afname mogelijk terwijl voor $100 / ton is zelfs een reductie van 25% haalbaar is.

Emissiereductie-mogelijkheden het grootst in de gebouwde omgeving

Er is een scala van technologieën nodig om deze reducties van broeikasgasemissies te bereiken. Alle landen en maatschappelijke sectoren moeten daarbij betrokken worden. Ongeveer 60% van de potentiële reducties in 2030 zijn beschikbaar in ontwikkelingslanden. Energiebesparing in gebouwen is de maatregel met wereldwijd het grootste potentieel tegen de laagste kosten. Daarnaast worden door IPCC ook hernieuwbare energie, energiebesparing in andere sectoren, bevordering van alternatieve vervoerssystemen, inzet van kernenergie, en kooldioxide-afvang en -opslag in de diepere ondergrond genoemd. De land- en bosbouwsector kunnen behalve door een vermindering van emissies ook een bijdrage leveren door het opnemen van het CO2 en het vast te leggen in de bodem of in hout.

Barrières

Het feit dat het technisch mogelijk is emissies te reduceren tegen beperkte totale kosten leidt volgens het rapport nog niet automatisch tot verregaande reducties. Dit hangt onder meer samen met het feit dat de kosten en baten verdeeld zijn. Daarbij komt dat door de lange levensduur van investeringen nu, de aard en omvang hiervan in de komende jaren bepalend zijn voor emissies tot ver in deze eeuw. Om deze reden is het tijdig starten met beleid belangrijk voor het bereiken van vergaande reducties. In het rapport worden enkele suggesties gedaan om de maatschappelijke acceptatie te verbeteren zoals koppeling van het klimaatproblemen met andere doelen zoals energievoorzieningszekerheid en beperking van luchtverontreiniging.

IPCC – Werkgroep III en de rol van het Milieu- en Natuurplanbureau (MNP)

Het MNP heeft een belangrijke rol gespeeld bij de totstandkoming van het IPCC rapport. Bert Metz is covoorzitter van Werkgroep III die het rapport heeft uitgebracht. Leo Meyer leidt het secretariaat van deze werkgroep. Tevens zijn verschillende MNP onderzoekers betrokken geweest bij het schrijven van het rapport. Het rapport is opgesteld door een wereldwijd team van 160 auteurs en de concepten zijn door internationale experts uitvoerig becommentarieerd.

Mogelijkheden klimaatbeleid: Nederland, Europa en de wereld

Het MNP doet zelf ook onderzoek naar de mogelijkheden voor wereldwijd, Europees and Nederlands klimaatbeleid. Eerder dit jaar verscheen het MNP rapport ‘Van klimaatdoelstelling tot emissiereductie’. Ook dit rapport laat zien dat het mogelijk is wereldwijd emissiereducties te bereiken in overeenstemming met de doelstelling van EU klimaatbeleid (een maximale stijging van 2° Celsius). Dit rapport geeft tevens aan dat hiervoor wel zeer spoedige actie en wereldwijde samenwerking noodzakelijk zijn. Uit studies die het MNP voor EEA uitvoert blijkt dat er in Europa voldoende maatregelen beschikbaar zijn om het klimaatdoel van de Europese Commissie van 20 tot 30% reductie in 2020 te halen. Reducties in Nederland zijn in sterke mate afhankelijk van energiebesparing, hernieuwbare energie en CO2 afvang en opslag. Volgens de MNP/ECN analyse van de klimaat- en energiedoelen van het regeerakkoord bedragen de kosten voor Nederland 4 tot 9 miljard euro in 2020. De Nederlandse burger kost het jaarlijks gemiddeld 300 tot 600 euro in 2020.

Actuele links met laatste nieuws

Gerelateerde MNP publicaties

Zie verder ook

Voetnoten

  • * Bij een verwachtte groei van 5,500$ naar 10,000$ per wereldburger neemt het inkomen met $60 af.
  • **Er zijn naast CO2 nog andere broeikasgassen zoals methaan (CH4) en lachgas (N2O). Het concept CO2-equivalent probeert de bijdrage van alle gassen gezamenlijk onder één noemer te brengen – te weten in een vergelijkbare hoeveelheid CO2 met hetzelfde effect).