Verslag van het MNP-symposium: Energiebesparing 2005

30-11-2005 | Publicatie

Iedereen is voor energiebesparing, maar… welk besparingstempo is nodig om kosteneffectief klimaatdoelen te halen? En is dit realiseerbaar in Nederland? Deze vragen stonden centraal tijdens een MNP-symposium dat op 28 oktober 2005 in Den Haag gehouden is. Vast staat dat energiebesparing de komende twintig jaar een hoofdrol moet en kan spelen in het klimaatbeleid. De vraag is echter hoe burgers en bedrijven hiertoe te verleiden.

Verslag van het symposium

Aanwezig waren vertegenwoordigers van de politiek, het energiebeleid, de wetenschap en maatschappelijke organisaties. In het eerste deel werden korte presentaties gegeven door Joop Oude Lohuis (MNP), Kornelis Blok (Ecofys) en Ton van Dril (ECN). Energiebesparing is vanuit het oogpunt van kosteneffectiviteit de belangrijkste maatregel om Europa’s klimaatambitie – een reductie van de broeikasgasemissies met 15 tot 30% in de periode 1990-2020 –  te verwezenlijken. Tot 2020 kan nog veel energie in Nederland worden bespaard met een terugverdientijd van minder dan 15 jaar. Om het potentieel te benutten is een stevig beleid voor alle sectoren nodig is, en voor de langere termijn een sterk technologiebeleid. 

In de afsluitende paneldiscussie – onder leiding van Ab Pilgram – discussieerden Liesbeth Spies (CDA), Diederik Samsom (PvdA), Jasper Vis (N&M), Frits de Groot (VNO-NCW), Pieter Boot (EZ) en Hans van der Vlist (VROM-DGM) over de vraag hoe het beleid moet worden vormgegeven. Eén van de conclusies was dat specifieke beleidsaandacht noodzakelijk is: per sector èn per besparingsmaatregel. Daarbij is er meestal sprake van een mix van Europees (bijv. emissienormen voor auto’s) en nationaal beleid (bijv. CO2-gedifferentieerd BPM). Ook werd een gebrek aan politieke wil of durf geconstateerd om ervoor te zorgen dat dit potentieel ook echt wordt aangesproken. “We moeten accepteren dat burgers en bedrijven iets moeten gaan doen wat ze eigenlijk niet willen.”