Indikatieve studie naar de ammoniakproblematiek in het ROM gebied Zuid-Oost Friesland

31-01-1996 | Publicatie

Door de Ministers van VROM en LNV, als mede de milieugedeputeerde van Friesland is een zogenaamde 'Commissie NH3' ingesteld met als opdracht een oplossing te vinden in het conflict dat gerezen is o.a. omtrent de ammoniakproblematiek in het ROM gebied Zuid-Oost Friesland. Ter ondersteuning van de commissie is door het RIVM een studie uitgevoerd waarin de situatie in het ROM gebied in kaart is gebracht en enkele emissievarianten zijn doorgerekend.

Voor het RIVM is dit een proef-project om te zien in hoeverre modellen en data voorhanden zijn om op deze lokale, gedetailleerde schaal de milieukwaliteit te beschrijven en inzicht te krijgen in de onzekerheden en hiaten in kennis.

Uit de studie blijkt dat in 1993 een emissiereductie van ongeveer 10% ten opzichte van 1980 is gerealiseerd. Voorlopige cijfers voor 1994 laten zien dat, voornamelijk door de onderwerkverplichting, de emissie verder gedaald is tot ongeveer 70% van de emissie in 1980. Emissiereductie door implementatie van technische maatregelen geeft een emissieniveau dat in de buurt komt van het emissieplafond (41 kg NH3 ha-1) noodzakelijk voor het bereiken van deposities op de grote voor verzuring gevoelige gebieden, die overal onder de kritische waarden blijven. Uit de optimalisatiestudie is verder gebleken dat wanneer de generieke doelstelling voor totaal-stikstof aangehouden wordt, 1000 mol ha-1 j-1 voor alle grote natuurgebieden, een emissieplafond van ongeveer 45 kg NH3 ha-1 in het gebied zou volstaan.