Kennis op de kaart

29-11-2004 | Publicatie

Het huidige overheidsbeleid legt een te eenzijdig accent op onderzoek en ontwikkeling (R&D: Research and Development) in de industrie als motor voor de kenniseconomie. In de moderne kenniseconomie die Nederland is, gaat het immers ook om vernieuwing in handel en diensten. Het belang van kenniswerkers en het daadwerkelijk op de markt brengen van nieuwe producten of diensten (innovatie) blijft te veel onderbelicht. Dat blijkt uit 'Kennis op de Kaart.

Bredere definitie van kenniseconomie schept kansen voor de regio

De auteurs pleiten in 'Kennis op de Kaart' voor een verbreding van het begrip 'kenniseconomie'. Daarnaast hebben zij getracht deze kenniseconomie ruimtelijk inzichtelijk te maken. Worden de onderscheiden dimensies van de kenniseconomie 'op de kaart gezet', dan blijken zij wezenlijk te verschillen in hun ruimtelijke spreiding. Zo zijn het de perifere regio's en de minder verstedelijkte gebieden die voorop lopen als het gaat om R&D-bedrijvigheid; innovatie komt vooral naar voren in het oosten en westen van het land; de economie van de kenniswerkers tenslotte kent een duidelijk stedelijke oriƫntatie (Amsterdam, Utrecht, Den Haag). Door de verbreding van het begrip kenniseconomie blijken, naast de regio's zoals genoemd in recente nota's van het ministerie van VROM en EZ, ook andere regio's interessant voor beleid gericht op economische vernieuwing.

Beleidsmatig zijn er voldoende kansen om de Nederlandse kenniseconomie een impuls te geven. De rijksoverheid moet vooral een generiek beleid voeren; denk hierbij aan scholing en onderwijs, stimulering van entrepreneurschap en stimulering van samenwerking tussen bedrijven onderling en kennisinstellingen. Voor de rijksoverheid zijn er ook gebiedsgerichte aanknopingspunten, al zijn het de regio's zelf die hun specifieke sterke kanten moeten erkennen en verder ontwikkelen. Deze studie kan daarbij ook handreikingen bieden.

De rapporten worden uitgegeven bij NAi Uitgevers te Rotterdam en zijn te bestellen via de boekhandel, telefonisch bij NAi Uitgevers (010 4401203) en via de website van het NAi.