Kerngraadmeters voor natuur en landschap in Nederland; een tussenbalans

31-01-2006 | Publicatie

In dit rapport worden 11 kerngraadmeters gepresenteerd, die in principe op één A4 een samenvattend, nationaal beeld geven, en wel voor biodiversiteit, landschap en beleving/recreatie. Tevens wordt achtergrondinformatie gegeven over de meer conditionele aspecten als milieukwaliteit, maatschappelijk draagvlak, kosten en bestuurlijke inspanning.Dit rapport kan van belang zijn bij de keuze van indicatoren voor het meetnet Evaluatie Agenda Vitaal Platteland (AVP) en Monitor Doelbereiking Nota Ruimte.

Samenvatting

Waarom graadmeters?

Het MNP brengt signalerende, beleidsevaluerende en -verkennende studies uit over Natuur en Landschap in de vorm van Balansen, (thematische) Verkenningen en Quick scan rapporten. Het MNP wil zoveel mogelijk toetsbare en meetbare ijkpunten gebruiken. Daarom worden (kwantitatieve) gegevens verzameld, die uitgedrukt worden in indicatoren, en deze worden weer geaggregeerd tot samenvattende graadmeters. Zo zijn de indicatoren gerelateerd aan afzonderlijke, concrete taakstellingen, en zijn de graadmeters gerelateerd aan de meer algemene beleidsdoelstellingen op een hoog abstractieniveau. Graadmeters zijn vooral bedoeld voor het parlement en kabinet, indicatoren meer voor beleidsmedewerkers en voor een specifiek dossier.

Elf kerngraadmeters

Dit rapport beschrijft het graadmeterbouwwerk en in het bijzonder elf zogenoemde kerngraadmeters, die gebruikt kunnen worden om op hoofdlijnen te rapporteren. Voor communicatie met het brede publiek kan men de aandacht concentreren op biodiversiteit en landschap(beleving). Per graadmeter wordt een korte toelichting gegeven op de meest relevante beleidsdoelen, de technisch-wetenschappelijke uitwerking, de bijbehorende meetnetten en modellen, de ruimtelijke en temporele resolutie en het nog benodigde onderzoek.

Bouwwerk in ontwikkeling

Het graadmeterbouwwerk is in ontwikkeling. De kerngraadmeters voor biodiversiteit, landschap, conditie milieu/vermesting zijn het verst in hun ontwikkeling, maar de aansluiting met aquatische biodiversiteit vergt nog veel aandacht. Bij landschapsidentiteit en –beleving zou met kracht gewerkt moeten worden aan de praktische uitbouw van de meetnetten. Binnen de graadmeter milieu zit het aspect ‘verdroging’, waaraan nog veel moet gebeuren. Voor ‘draagvlak’ nemen we voorlopig genoegen met een heel simpele graadmeter: ledenaantallen. Bij economie is nog geen bruikbare graadmeter voor kosten/baten en voor duurzaam gebruik.

Meestal passen bij de graadmeters tijdstappen van circa 1, soms 4 – 10 jaar (afhankelijk van de meetfrequenties) en een ruimtelijke resolutie ter grootte van ten minste een (deel van een) provincie.

De eerste brede toepassing van kerngraadmeters is te vinden in de Natuurverkenning 2 p. 77-88, 180-188. Een overzicht van de overige indicatoren en graadmeters is recent gepubliceerd in het Milieu- en Natuurcompendium. Het MNP probeert uitgaande van de graadmeters sturing te geven aan de meetnetten.

Het MNP is in de huidige constellatie níet verantwoordelijk voor de dataverzameling zelf. Deze verantwoordelijkheid ligt bij de bestuursorganen, zoals provincies en het Ministerie van LNV en bijvoorbeeld de door LNV in te stellen WOT-Natuurinformatie.