Klimaat- en energieplannen GroenLinks en D66

18-09-2007 | Publicatie

In grote lijnen liggen de ambities van GroenLinks en D66 wat betreft de in 2020 te bereiken klimaat- en energiedoelen dicht bij de kabinetsplannen: 30% broeikasgasemissiereductie, forse verbeteringen van energiebesparingstempo en toename aandeel hernieuwbare energie. Er zijn echter grote verschillen in de keuze en uitvoering van beleidsinstrumentarium, de mate waarin in het binnenland effecten worden bereikt, het bereikte besparingstempo en het aandeel hernieuwbaar. Dat blijkt uit de analyse van de klimaat- en energieplannen van GroenLinks en D66 die het MNP in samenwerking met ECN heeft gemaakt op verzoek van de minister van VROM.

Ander beleid GroenLinks en D66

De EU intensiveert klimaat- en energiebeleid

De analyses zijn uitgevoerd onder de veronderstelling dat ook de EU haar klimaat- en energiebeleid intensiveert. De te bereiken effecten en kosten in Nederland zijn daar steeds afhankelijker van. Twee varianten van intensiveringen van EU-beleid zijn hiervoor beschouwd: EU-laag en EU-hoog. Bij EU-laag is de beoogde emissiereductie van broeikasgassen in de EU 20% en bij EU-hoog 30% in 2020 ten opzichte van 1990.

Bij EU laag (-20%) wordt het Europese beleid intensiever met betrekking tot apparaten en voertuigen, de CO2-prijs blijft beperkt tot €20/ton CO2. In EU-hoog (-30%) worden strenge normen gesteld aan apparaten en voertuigen en geldt een hoge CO2-prijs als gevolg van het emissiehandelssysteem (€50/ton CO2). Dit is een forse intensivering ten opzichte van de huidige situatie.

Realisatie klimaatdoelstelling

De plannen van het kabinet leiden tot een substantiële emissiereductie in het binnenland, oplopend tot een emissiereductie van circa 30 Mton CO2-eq. in EU-laag en 60 Mton CO2-eq. in EU-hoog in 2020. De meeste reducties komen van de sectoren energie/industrie, verkeer en huishoudens. Om van daaruit op het emissieniveau te komen van -30% t.o.v. 1990 moeten volgens het kabinet substantieel emissierechten worden aangekocht buiten Nederland. Circa 70% van de totale reductie-inspanning zijn buitenlandse reducties bij EU-laag en circa 40% in EU-hoog. De aanpak van GroenLinks en D66 leidt tot aanmerkelijk meer reducties in eigen land. Meer dan 80% van de emissiereducties worden in Nederland gerealiseerd en navenant minder aankoop in het buitenland. GroenLinks komt met aankoop van JI/CDM zelfs tot een grotere reductie van broeikasgassen dan -30%.

In het kabinetsplan wordt er van uit gegaan dat bedrijven doordat ze onder de verplichting vallen van het EU-emissiehandelsysteem verantwoordelijk worden gesteld voor eigen emissiereducties. Naar verwachting gaan ze veel emissierechten aankopen omdat dat goedkoper is dan zelf reduceren. Ook de overheid zal in deze analyse nog 5-20 Mton CO2-eq aan moeten kopen.

In de aanpak van GroenLinks en D66 wordt minder vertrouwd op de EU en prijsvorming van CO2 in de markt en zal een nationaal bonus/malus-systeem voor energie-intensieve bedrijven leiden tot een aanmerkelijk hogere binnenlandse prijsprikkel voor CO2-reductie. Naar verwachting zal de aanpak leiden tot een prijs van ca. €90 per ton CO2, waardoor het emissieplafond goeddeels in eigen land wordt gerealiseerd. Ook CO2-opslag bij de nieuw geplande kolencentrales wordt in deze context financieel aantrekkelijk gemaakt. Op deze wijze worden binnenlandse maatregelen met hoge kosten gestimuleerd. Daarnaast geven GroenLinks en D66 de bedrijven een ruimer emissieplafond waardoor zij geen of bijna geen emissierechten in het buitenland hoeven te kopen.

Effecten op het energiebesparingstempo

Het beleidsplan van het kabinet realiseert naar verwachting een verhoging van het energiebesparingstempo van de huidige 1% per jaar naar 1.5 % tot 1.8 % per jaar, waarbij het laatste effect alleen bereikt wordt met zeer intensief EU-beleid en Europese normen en standaarden. Het doel van 2%/jaar wordt niet gehaald. De plannen van GroenLinks komen uit op een tempo van 1.8 tot 2 % per jaar. Dit wordt bereikt o.a. door meer verplichtende aanpak in de gebouwde omgeving, zoals een verplichte energiekeuring en labeling bij bestaande woningen en meer differentiatie in de kilometerheffing bij personenverkeer.

D66 komt ook op een hoger besparingstempo, maar iets lager dan GroenLinks (1.7-1.9 %/jaar). Belangrijkste reden hiervoor is dat D66 een sterke toename van de kosten in de gebouwde omgeving wil vermijden en daardoor voorzichtiger is in het voorschrijven van maatregelen. Voor D66 is het klimaatdoel belangrijker dan het specifieke besparingstempo.

Aandeel hernieuwbare energie niet gehaald

In alle plannen, zowel van kabinet als van de twee politieke partijen wordt het beoogde aandeel hernieuwbare energie van 20% in 2020 niet gehaald. GroenLinks komt hier nog het dichtst bij met 16-17%. Het kabinetsplan komt het minst ver met 12-16%. D66 reserveert in hun tegenbegroting 225 miljoen per jaar voor extra CDM/JI-aankoop in de komende jaren en voor extra investeringen in infrastructuur CO2-opslag en wind op zee. Alle partijen realiseren zich dat een hoger tempo van implementatie belemmerd wordt door snel oplopende kosten, gebrek aan goede technologie en aantastsing van duurzaamheidseisen voor biomassa.

Keuze van beleidsinstrumenten

GroenLinks en D66 stellen een verschuiving voor van het huidige beleid van subsidies en convenanten naar een beleidsinstrumentarium met een meer verplichtend karakter:

  • een bonus/malusregeling om de binnenlandse emissiereducties bij de nationale elektriciteitsproductie en industrie te verhogen;
  • een verplichting tot levering van duurzame elektriciteit en biogas in de gebouwde omgeving;
  • verplichtingen en normstellingen om het aardgas- en elektriciteitsgebruik in de gebouwde omgeving te verminderen, met name ook van bestaande woningen en kantoren (verplicht B-label bij verkoop van woning/kantoor);
  • een fors prijsbeleid (kilometerheffing en belastingen personen motorvoertuigen , beide met differentiatie naar CO2-prestatie) ter stimulering van energiezuinige voertuigen bij verkeer en vervoer.

Een belangrijk verschil tussen GroenLinks en D66 is dat GroenLinks nadrukkelijk kiest voor aanvullende vergroeningsmaatregelen zoals energiebelastingen voor grootverbruikers en extra hoge belasting op kolencentrales. Daardoor wordt CO2-opslag extra gestimuleerd. D66 zet meer in op het opheffen van barrières en het voorkomen van extreme neveneffecten zoals prijsopdrijving (wegens krapte op de markt), dure maatregelen (in de bestaande bouw) en behoud van duurzaamheid (geen verhoging van 10% naar 20% aandeel biobrandstoffen in verkeer.

Het plan van het kabinet kiest wel voor voortzetting van de huidige bestaande beleidsinstrumenten: convenanten (MJA en benchmark bij de industrie, afspraken met woningbouwcorporaties) en subsidies voor wind en bijstook biomassa in elektriciteitscentrales.

Afhankelijkheid van Europees beleid

In alle plannen wordt er op gewezen dat nationaal beleid steeds meer Europees beleid nodig heeft. Normering van apparaten en voertuigen, verbreding en intensivering van het emissiehandelsysteem zijn voor meer dan de helft bepalend voor de effecten van nationaal beleid. GroenLinks en D66 kiezen nadrukkelijk voor een minder vrijblijvend en minder van EU-voortgang afhankelijke aanpak. Dat vertaalt zich in meer binnenlandse reductie en kleinere onzekerheidsmarges wat betreft de klimaat- en energie-effecten. Het EU-beleid is niet doorslaggevend voor de realisatie van het klimaatdoel met binnenlandse emissiereducties bij GroenLinks en D66. Het effect van kabinetsbeleid is relatief afhankelijker van de EU-voortgang. Bij GroenLinks en D66 zijn energie-intensieve bedrijven minder beschermd tegen concurentie omdat ze hogere kosten hebben voor reductiemaatregelen.

Reductie-opties en technologieën

De aanpak van GroenLinks is er deels op gericht om op korte termijn invloed te hebben op de bouw van nieuw elektriciteitsproductievermogen in Nederland. Een sterkere sturing vanuit nationaal beleid door ofwel het belasten van het gebruik van steenkool of een bonus/malussysteem voor de emissiehandelende bedrijven kan als effect hebben dat CO2-opslag wordt toegepast. De voorstellen van het kabinet leiden in het EU-20% scenario niet tot de toepassing van CO2-opslag bij kolencentrales. Vanwege de lage CO2-prijs en beperkte subsidiebudgetten vindt er ook weinig extra hernieuwbare elektriciteitsproductie (zoals wind op zee) plaats.

GroenLinks en D66 willen allebei toepassing van groen gas in de gebouwde omgeving stimuleren. Zowel kabinet als GroenLinks willen het aandeel biobrandstoffen in de verkeerssector verhogen van 10% naar 20%. D66 is hier terughoudend in vanwege mogelijke strijdigheid met duurzaamheidscriteria.

Nog geen inschatting van kosten en effecten op de economie

Er is in deze analyse niet nader ingegaan op de kosten van implementatie van de voorstellen. In vergelijking met het klimaatbeleid tot nu toe wordt in de voorstellen van de politieke partijen een groter deel van de kosten van uitvoering bij de maatschappelijke sectoren zelf gelegd. Evenmin is, vanwege de korte beschikbare tijd ingegaan op de nationale kosten, macro-economische effecten en andere milieu- of verdelingseffecten in Europa.

Redactioneel herziene versie op 20 september 2007