Minas en Milieu. Balans en Verkenning

30-05-2002 | Publicatie

In de Meststoffenwet is per 1 januari 2003 aanscherping voorzien van de landbouwkundige verliesnormen voor stikstof (N) en fosfaat (P). Op verzoek van de Ministers van LNV, VROM en VenW is door het Milieu- en Natuurplanbureau-RIVM in samenwerking met de instituten Alterra, LEI, PRI, PPO, PV, RIZA en RIKZ, nagegaan wat daarvan de milieukundige voordelen en de sociaal-economische nadelen zullen zijn. Ook zijn de effecten van het Mineralenaangiftesysteem (MINAS) over de periode 1998-2000 geëvalueerd.

MINAS

Vanuit milieukundig en landbouwkundig oogpunt is de MINAS-systematiek conceptueel een goed systeem. De verliezen vanuit het landbouwsysteem naar het milieu worden zichtbaar gemaakt. MINAS geeft ondernemers een prikkel om de mineralenoverschotten te verlagen. Bovendien biedt MINAS de ondernemers een doel en laat het de keus van de middelen aan de ondernemer zelf over.

Op basis van eerste indicaties blijkt het Mineralenaangiftesysteem (MINAS) een goed instrument te zijn om stikstof- en fosfaatverliezen in de landbouw te verlagen. Met name in de melkveehouderij zijn de overschotten gedaald. Door een scherper management hebben de meeste bedrijven deze stap gemaakt zonder veel kosten.

Veel akkerbouwers (50-60%) voldeden in 1999/2000 al aan de verliesnormen 2003. Voor de varkens- en pluimveehouders zijn sinds de start van MINAS de kosten van mestafzet sterk gestegen. Uit de beschikbare monitoringsgegevens en de resultaten van modellen blijkt dat de kosten van mestafzet en mestafzetcontracten in de intensieve veehouderij een aanzienlijk deel van het gezinsinkomen uitmaken, mede waardoor de perspectieven voor deze sector op dit moment somber zijn.

Milieukwaliteit

De nitraatconcentraties in het bovenste grondwater onder landbouw op zand zijn gedaald, maar liggen gemiddeld nog ruim een factor twee boven de norm. De concentraties in klei- en veengebieden liggen net op of onder de norm. Op grotere diepte worden in het algemeen lagere concentraties gevonden, zij het dat in bepaalde gebieden de concentraties op die diepten vergelijkbaar zijn met die in het bovenste grondwater; in deze gebieden treedt geen of weinig denitrificatie op. Door op grotere diepte te gaan toetsen, zullen de waargenomen concentraties dus representatiever zijn voor de kwaliteit van het diepere grond- en drinkwater.

In het oppervlaktewater zijn de afgelopen 10-15 jaar de stikstof- en fosfaatconcentraties gedaald, maar deze liggen gemiddeld nog een factor twee boven de norm. De emissies vanuit de landbouw zijn in de afgelopen jaren nagenoeg constant gebleven. De bijdrage van de landbouw aan de nationale stikstof- en fosfaatemissie naar het oppervlaktewater ligt in de orde van 50%. De landbouw heeft weinig bijgedragen aan realisatie van de reductiedoelstelling van het Rijn- en NoordzeeActiePlan.