Milieu en duurzaamheid in regeerakkoord 2007

28-02-2007 | Publicatie

Het kabinet kiest in het regeerakkoord voor duurzame ontwikkeling als een speerpunt van beleid en onderkent dat dit moet worden bereikt door de samenhang op alle (beleids-) terreinen te vergroten. Om het uitgangspunt van een economische groei van 2% te combineren met een forse duurzaamheidsambitie, is een beleidsmatige en maatschappelijke trendbreuk nodig.

Regeerakkoord 2007: Samengaan economie en ecologie vergt trendbreuk

Hoge ambities

De streefwaarden op het terrein van klimaat en energie (zoals 30% minder CO2-emissie in 2020) lijken verder te gaan dan de Europese ambities en kunnen slechts bereikt worden via sterke veranderingen in technologie, en in gedrag van burgers en bedrijven. De jaarlijkse maatschappelijke kosten van het huidige voorstel zouden naar schatting 8 tot 9 miljard euro bedragen in 2020. Door een kleinere inzet op duurzame energie en energie-besparing en een grotere inzet op andere routes zoals CO2-opslag en op andere broeikasgassen, kunnen de kosten ongeveer gehalveerd worden.

De in het regeerakkoord extra vrijgemaakte financiƫle middelen (500 miljoen euro) kunnen alleen toereikend zijn als:

  • Door aanvullend beleid ook burgers en bedrijven worden aangezet tot extra investeren.
  • Een lagere inzet wordt geaccepteerd op de doelen voor besparing en duurzaam.
  • Aanvullend emissiereducties in het buitenland worden aangekocht.

Actieve rol in Europa

Het kabinet kiest terecht voor een actieve rol van Nederland in Europa. Een nieuwe balans tussen economie (behoefte aan gelijk speelveld) en ecologie (grensoverschrijdende milieuproblemen) kan praktisch gesproken uitsluitend in Europees verband worden gerealiseerd.

Efficiency combineren met minder complexiteit

De verhoging van de efficiency van de Rijksdienst die het kabinet voorstelt, vereist tegelijk vereenvoudiging van beleid, ook van milieubeleid. Dit leidt tot een grotere transparantie voor de burger en betere uitvoerbaarheid, maar ook tot meer grofmazige regelgeving waardoor minder aan individuele wensen tegemoet kan worden gekomen.