Milieukundige en landschappelijke aspecten van megabedrijven in de intensieve veehouderij

12-02-2008 | Publicatie

Het ontstaan van megabedrijven in de intensieve veehouderij leidt niet tot meer aantasting van het milieu op nationale schaal. Milieunormen dwingen megaveehouders tot toepassing van luchtwassers, waardoor de nationale emissie zelfs licht zal dalen. Door het ontstaan van nieuwe bedrijven verdwijnen er andere, in de buurt van natuurgebieden en woonkernen. In de naaste omgeving van nieuwe bedrijven nemen milieuhinder door geur en fijn stof, ammoniakdepositie op natuur en aantasting van het landschap wel toe. De voordelen zullen per saldo opwegen tegen de nadelen, mits de dierenaantallen gereguleerd blijven worden door beleid en oude stallen worden gesloopt.

Megastal biedt kansen voor milieu en landschap

Milieuwinst door luchtwassers op megastallen

De komst van megabedrijven verslechtert het milieu niet, op nationale schaal bezien. Het overheidsbeleid voorkomt verslechtering. Op nationaal niveau voorkomt het systeem van dierrechten uit het mestbeleid groei van het aantal dieren. Op provinciaal niveau stimuleert het reconstructiebeleid verplaatsing van bedrijven rond kwetsbare natuur en woonkernen naar landbouwontwikkelingsgebieden. Op lokaal niveau bepalen milieuregels en bestemmingsplan de vestigingsvoorwaarden. Normen voor ammoniak, geur en fijn stof leiden er toe dat megabedrijven, eerder dan kleinere bedrijven, luchtwassers moeten plaatsen, die de uitgaande stallucht schoonmaken. Als de schaalvergroting in het huidige tempo doorzet, zal de nationale emissie (van alle bronnen tezamen) in 2020 hierdoor lager uitvallen: ongeveer twee procent lager voor ammoniak en vier procent voor fijn stof.

Lokaal: negatieve versus positieve effecten

Omwonenden van nieuwe megabedrijven kunnen – ondanks luchtwassers – te maken krijgen met een merkbare toename van de milieuhinder, indien de bedrijven zich vestigen in een straal van een paar honderd meter. Daarnaast wordt het landschap verstoord. Waarschijnlijk is de beleving van megabedrijven vergelijkbaar met die van, landschappelijk laag gewaardeerde, bedrijventerreinen. Tegenover lokale negatieve effecten staat echter dat elders bedrijven verdwijnen. Dit komt doordat megaveehouders voor uitbreiding dierrechten zullen moeten kopen van stoppende veehouders. Vaak zal het hierbij gaan om bedrijven rond natuur en woonkernen, die daar door het reconstructiebeleid weinig perspectief hebben.

Per saldo kansen voor milieu en landschap

De milieu- en landschapswinst kan per saldo positief uitpakken. Voorwaarden hiervoor zijn een goede landschappelijke inpassing, sloop van oude stallen en regulering van dieraantallen. Dat laatste is niet vanzelfsprekend, omdat rond 2015 het systeem van dierrechten mogelijk verdwijnt.

Meer duurzaamheidswinst is te halen als het megabedrijf gepaard gaat met systeeminnovatie waarbij integraal wordt gekeken naar milieu, landschap, volksgezondheid, dierenwelzijn en diergezondheid. Daarbij gaat het niet alleen om innovaties in de stallen zelf, maar ook om ruimtelijke clustering van schakels uit de keten en zelfs met sectoren van buiten de veehouderij. De praktijkinitiatieven op dit gebied zijn echter nog beperkt.

Gerelateerde rapporten

Gelijkertijd met dit MNP rapport zijn drie andere rapporten verschenen: