Milieukwaliteitsindicator Verspreiding

22-06-2000 | Publicatie

Het ministerie van VROM presenteert jaarlijks in het Milieuprogramma een milieubeleidsindicator voor het thema Verspreiding, die weliswaar een overall beeld geeft van de Verspreidingsproblematiek, maar geen heldere informatie levert over de realisatie van de diverse doelstellingen die bestaan voor de milieudruk (stofemissies door doelgroepen) en -kwaliteit (stofconcentraties in de verschillende milieucompartimenten) met betrekking tot de verschillende stofgroepen die binnen het Verspreidingsbeleid worden onderscheiden. Men wil de indicator op termijn vervangen door een nieuwe set van indicatoren die voor zowel milieudruk als -kwaliteit een beeld geven van de mate waarin doelstellingen worden overschreden en van het jaarlijkse verloop hierin. Voor beide indicatoren zijn ontwikkeltrajecten ingezet die hebben geleid tot dit rapport, dat de ontwikkeling van de Milieukwaliteitsindicator beschrijft.

De nieuw-ontwikkelde set van indicatoren gaat uit van de distance-to-target (dtt) benadering, die de emissies resp. stofconcentraties op basaal niveau relateert aan de doelstellingen voor 2010 (streefwaarden). Voor de hier gepresenteerde kwaliteitsindicator is dit niveau de gemeten concentratie van een stof op een locatie in een milieucompartiment. De dtt-berekening levert een dimensieloos getal, wat het mogelijk maakt de indicatorwaarde op diverse aggregatieniveaus te sommeren. Hierdoor wordt de opbouw van de indicator gekarakteriseerd als die van een (multidimensionale) piramide. Als streefwaarde wordt in de meeste gevallen het verwaarloosbaar-risico niveau genomen. Indien dit niet mogelijk is, vormt het behalen van de achtergrondconcentratie de beleidsdoelstelling.

Er wordt een methode gepresenteerd van weging van stoffen onderling die rekening houdt met de verschillende typen van beleidsdoelstellingen. Dit rapport geeft kwaliteitsdeelindicatoren voor de compartimenten lucht, oppervlaktewater, bodem en grondwater. Het beperkt zich tot de prioritaire stoffen, en voor zover voldoende meetgegevens beschikbaar zijn om een landelijk beeld te kunnen vormen. Het verloop van de deelindicatoren kan in een aantal gevallen worden gekoppeld aan het verloop van de emissies van de betreffende stof. Het blijkt echter in veel gevallen dat op het basale niveau de meetgegevens aanzienlijke onzekerheden kennen, wat de interpretatie van het verloop van de indicator op hoger aggregatieniveau lastig maakte. Ook externe invloeden (met name meteorologie) bemoeilijkten deze interpretatie. Het bleek binnen de reikwijdte van dit rapport vaak niet mogelijk dergelijke onzekerheden weg te nemen omdat nader onderzoek hiernaar meer tijd in beslag zou nemen dan ervoor beschikbaar was.