Milieuomstandigheden en ruimtelijke samenhang in Natura 2000-gebieden

07-12-2007 | Publicatie

De Natura 2000-gebieden vormen een Europees netwerk van natuurgebieden, die een een gunstige staat van instandhouding moeten behouden of krijgen. Gunstige milieucondities qua voedselrijkdom, zuurgraad, en (grond)water vormen daarvoor een basisvoorwaarde. Maar in veel Natura 2000-gebieden zijn de milieuomstandigheden nog niet zodanig dat de te beschermen habitats duurzaam in stand kunnen blijven.

Condities voor Natura 2000 vergen verbetering

In grote delen van de Natura 2000-gebieden zijn de abiotische en ruimtelijke condities nog niet goed genoeg om de gewenste bescherming te bieden. Op de binnenlandse zandgronden is de stikstofdepositie over het algemeen hoger dan gewenst. Bovendien zijn met name bij hoogvenen, natte heiden en natte graslanden de grondwatercondities onvoldoende. In laag-Nederland hebben vooral laagvenen last van de inlaat van gebiedsvreemd water met een onvoldoende waterkwaliteit. De ruimtelijke condities staan er gunstiger voor. Als de Natura 2000-gebieden en de overige Ecologische Hoofdstructuur-gebieden samengenomen worden, zijn de ruimtelijke condities voor 55% van de te beschermen soorten in orde.

Ook bouwactiviteiten op de Nieuwe Kaart van Nederland lijken zich te schikken naar de Natura 2000-gebieden. Op de Nieuwe Kaart van Nederland staan relatief weinig projecten in en pal langs de Natura 2000-gebieden gepland.

Achtergrond bij Perspectieven voor de Vogel- en Habitatrichtlijn in Nederland

Dit rapport is een achtergrondrapport, waarin de knelpunten in de de huidige abiotische en ruimtelijke condities beschreven worden en wordt aangegeven wat dit betekent voor de beschermingsdoelstelling van de Natura 2000 gebieden.