Nederlandse broeikasgasemissies. 1990-1999. Nationaal Inventarisatie Rapport

31-05-2001 | Publicatie

Dit rapport over de Nederlandse inventarisatie van broeikasgasemissies is geschreven om te voldoen aan de nationale rapportageverplichtingen in 2001 van het Klimaatverdrag van de Verenigde Naties (UN-FCCC) en van het Bewakingsmechanisme Broeikasgassen van de Europese Unie.

Dit rapport bevat trendanalyses voor de emissies van broeikasgas in de periode 1990-1999; een eerste analyse van zgn. sleutelbronnen en de onzekerheid in hun emissies volgens de zgn. 'Tier 1' methodiek van het IPCC-rapport over Good Practice Guidance; documentatie van gebruikte berekeningsmethoden, databronnen en toegepaste emissiefactoren; en een overzicht van het kwaliteitssysteem en de verificatie van de emissiecijfers voor de Nederlandse Emissie-Registratie. De totale netto CO2-eq.-emissies waren in 1999 6% hoger dan in 1990 (1995 voor de F-gassen). Dit wordt een half procent minder na temperatuurcorrectie. In die periode zijn de emissies van CO2 en N2O zijn met resp. 8% en 15% gestegen, terwijl de CH4-emissies met 20% daalden tot een niveau dat 0.5% onder dat van de N2O-emissies in 1999 ligt. Dit maakt N2O in 1999 tot het tweede broeikasgas van Nederland (afgezien van de onzekerheden). Van de zgn. F-gassen, waarvoor 1995 het referentiejaar is, stegen de HFK- en PFK-emissies met resp. 20% and 40% in 1999 ten opzichte van 1995, terwijl de emissies van SF6 (geheel herberekend) met 20% daalden.