Nieuwe snelle treinverbindingen tussen de Randstad en Noord Nederland: effecten op emissies en geluidhinder

07-09-2001 | Publicatie

Op verzoek van de projectorganisatie Zuiderzeelijn heeft het RIVM berekeningen uitgevoerd naar de effecten op emissies van de ingebruikname van een snelle verbinding tussen Schiphol en het noorden van het land. Tevens heeft het RIVM de reeds uitgevoerde geluidhinderberekeningen beoordeeld. Voor de snelle verbinding heeft de projectorganisatie Zuiderzeelijn 6 alternatieven gedefinieerd die van elkaar verschillen voor wat betreft spoorinfrastructuur, treintechniek en dienstregeling (frequentie, aantal haltes).

Voor de berekening van effecten op emissies is uitgegaan van de vervoerwaardestudie die het Nederlands Economisch Instituut (NEI) heeft uitgevoerd ten behoeve van de kosten-batenanalyse van een snelle verbinding naar het Noorden. Deze vervoerwaardestudie geeft de reizigersvolumes voor de snelle treinen evenals de herkomst van deze reizigers (substitutie of generatie). De emissies per zitplaatskilometer van de verschillende onderscheiden treintypen evenals de bezettingsgraden zijn door het RIVM berekend. Uit deze berekening blijkt dat de magneetzweeftrein circa 3 maal zoveel energie gebruikt per zitplaatskilometer als een conventionele sneltrein op hetzelfde traject.

Geconcludeerd kan worden dat, uitgaande van de meest waarschijnlijke waarden voor het energiegebruik per zitplaatskilometer en bezettingsgraad, alle projectalternatieven tot een toename van de CO2, NOx en SO2-emissies leiden maar dat de toenames vergeleken met de totale emissies door de sector verkeer en vervoer gering (< 0,5%) zijn. De projectalternatieven met een magneetzweeftrein leiden tot de grootste toename van emissies. De indirecte effecten op emissies van de aanleg van infrastructuur blijkt maximaal van dezelfde orde-grootte te zijn als de directe effecten van het gebruik van deze infrastructuur.

Voor wat betreft geluidhinder blijkt uit eerdere berekeningen door de projectorganisatie Zuiderzeelijn dat alle onderzochte alternatieven een verslechtering betekenen van de akoestische omgeving in (Noord-)Nederland. Voor een betrouwbaardere inschatting van de effecten van aanleg en ingebruikname van een snelle verbinding naar het Noorden verdient het daarom aanbeveling onafhankelijke metingen uit te voeren naar zowel het energiegebruik als de geluidemissie door magneetzweeftreinen. Daarnaast verdient het aanbeveling om bij toekomstige KBA's ook de milieueffecten van de aanleg van infrastructuur mee te nemen omdat deze indirecte effecten significant blijken te kunnen zijn.

Een ander belangrijk aspect bij de politieke besluitvorming over nieuwe infrastructuurprojecten is de landschappelijke inpassing, ofwel horizonvervuiling, doorsnijding, versnippering en aantasting van de natuur. Hierover is nog weinig bekend. Binnen de beschikbare tijd heeft het RIVM geen onderzoek naar deze externe effecten kunnen uitvoeren. Gezien de grote invloed die nieuwe infrastructuurprojecten op dergelijk aspecten (kunnen) hebben, verdient het aanbeveling naar deze invloeden nader onderzoek te doen. Het betreft zowel de fysieke invloeden als de monetaire waardering ervan.