Paper: Toekomstverkenning grotestedenbeleid

11-10-2006 | Publicatie

Het grotestedenbeleid is in zijn huidige vorm uitgewerkt. Hoewel het de afgelopen jaren economisch gezien beter gaat met de grote steden, is dit succes eerder te danken aan de conjunctuur dan aan het beleid. Bovendien is door het beleid een aantal hardnekkige problemen in de steden niet verminderd, zoals de hoge uitkeringsafhankelijkheid onder bepaalde groepen, de toenemende segregatie in het onderwijs en middeninkomens die uit de stad wegtrekken. Het grotestedenbeleid is minder effectief geworden omdat het zich richtte op te veel doelstellingen en op te veel steden, met al het bestuurlijk verkeer dat daarvan het gevolg was.

Grotestedenbeleid is uitgewerkt

Van achterstandsbeleid naar containerbeleid

In 1994 startte het grotestedenbeleid als achterstandsbeleid. Het beleid moest de sociale en economische problemen in de grote steden verminderen, zoals de hoge werkloosheid en de opeenstapeling van leefbaarheidproblemen in bepaalde buurten. In de loop der jaren verschoof binnen het grotestedenbeleid de aandacht naar de economische groei van de steden, met de stilzwijgende veronderstelling dat daarbij ook de aanpak van achterstanden gebaat zou zijn. Inmiddels is gebleken dat die veronderstelling niet voor alle achterstandsproblemen opgaat. Bovendien verdwenen de oude doelstellingen van het grotestedenbeleid niet van tafel. Zo werd het grotestedenbeleid een container van doelstellingen en instrumenten, die niet in alle opzichten logisch samenhingen. Tegelijkertijd verbreedde het beleid zich van de vier grote steden tot inmiddels zo’n dertig steden. Naarmate het aantal beleidsvelden en het aantal steden toenam waarop het grotestedenbeleid zich richtte, werd de kans van slagen steeds kleiner.

Effecten van grotestedenbeleid beperkt

Sinds de start van het grotestedenbeleid is de situatie in de grote steden zeker verbeterd. De welvaart in de steden nam aanzienlijk toe, evenals het aantal banen. Dit succes is echter nauwelijks toe te schrijven aan het grotestedenbeleid. De steden profiteerden van de conjunctuur en, in specifieke gevallen van hun gunstige economische structuur. Zo profiteerde de Noordvleugel van de Randstad van de enorme opkomst van de zakelijke dienstverlening, die in die regio oververtegenwoordigd is. Het grotestedenbeleid droeg er wel toe bij dat de werkloosheid binnen de grote steden anders werd verdeeld, ten gunste van allochtonen en jongeren. Ook de verbeterde samenstelling van de woningvoorraad – minder huurwoningen en meer koopwoningen – lijkt samen te hangen met het gevoerde beleid. Daarvan profiteerden de middeninkomens echter nog onvoldoende. Tegelijkertijd blijft een aantal hardnekkige problemen bestaan: hoge uitkeringsafhankelijkheid onder bepaalde groepen, toenemende segregatie in het onderwijs, wegtrekken van middengroepen uit de stad. Kortom: het lijkt erop dat het huidige grotestedenbeleid, met het accent op welvaartsgroei van de steden, zijn grenzen heeft bereikt.

Toekomst van het grotestedenbeleid

Vanwege de twijfels aan de effectiviteit van het grotestedenbeleid is definitief stoppen met het huidige grotestedenbeleid door het rijk voor het RPB een serieuze optie. In elk geval lijkt de integrale aanpak van het grotestedenbeleid uitgewerkt.

Het Ruimtelijk Planbureau (RPB) acht voor de periode na 2009 twee andere opties meer het overwegen waard. In beide opties wordt afgezien van de integrale benadering die het huidige beleid kenmerkt. Het is aan de politiek om te bepalen welke optie de voorkeur verdient.

In eerste optie voor een nieuw grotestedenbeleid krijgt welvaartsgroei prioriteit. Zo’n beleid is met name gericht op het stimuleren van de economie en het wegnemen van belemmeringen voor het optreden van agglomeratie-effecten.

In de tweede optie voor een nieuw grotestedenbeleid staat het achterstandsbeleid voor specifieke doelgroepen en woongebieden centraal. In deze optie keert het grotestedenbeleid als het ware terug naar de oorspronkelijke doelstelling: het bestrijden van hardnekkige achterstanden. Het beleid wordt dan gericht ingezet op problemen die de afgelopen periode relatief ongevoelig bleken voor de economische groei: segregatie en integratie, groepen met een (te) grote afstand tot de arbeidsmarkt, stadwijken met een blijvende positie aan de onderkant van de stedelijke woningmarkt, en niet te vergeten het onderwijs, dat te maken kreeg met toenemende segregatie en schooluitval.

Toekomstverkenning grotestedenbeleid: een beschouwing; Ries van der Wouden, Bas Hamers, Femke Verwest (2006).