Platteland in beweging?

11-06-2004 | Publicatie

Als gevolg van de 'Reconstructiewet concentratiegebieden intensieve veehouderij' worden in vijf provincies reconstructieplannen gemaakt. Het doel is een nieuw evenwicht te bereiken tussen de verschillende functies in het landelijk gebied. Op basis van literatuur en interviews wordt een aantal conclusies getrokken over inhoudelijke, juridische of bestuurlijke aspecten bij de planontwikkeling in de reconstructiegebieden.

Uit het onderzoek komt de indruk naar voren dat betrokken partijen op hoofdlijnen de plannen onderschrijven. De wet schrijft voor het gebied ruimtelijk te differentiëren in landbouwontwikkelingsgebieden, verwevingsgebieden en extensiveringsgebieden. Door deze nadruk op zonering krijgen andere mogelijke oplossingsrichtingen voor de problemen met intensieve veehouderij minder aandacht.

In Limburg en Noord-Brabant worden bestaande, maar ongebruikte, planologische rechten gerespecteerd in de extensiveringsgebieden; er verandert niets aan de bestaande situatie zoals vastgelegd in streekplannen. De oorspronkelijke ambities in de extensiveringsgebieden zijn bijgesteld, nadat zowel het Rijk als de provincies huiverig bleken om planschade te betalen. Het aanwijzen van varkensvrije zones is een verplichting vanuit de wet, maar informanten zijn zeer sceptisch over het nut ervan. Een nauwere samenwerking tussen boeren en aanleverende en verwerkende industrie in de keten zou de veterinaire kwetsbaarheid kunnen verminderen, maar hiertoe worden geen aanzetten gedaan in de plannen

Het Rijk toetst de plannen achteraf volgens een gedetailleerd kader en stelt vervolgens geld ter beschikking. Op gebiedsniveau wordt weinig ruimte gevoeld voor eigen invulling. Vanwege een nadere prioritering van beleidsdoelen en de ontwikkeling van relevante (milieu-) regelgeving gedurende het planproces, hadden betrokken partijen weinig duidelijkheid op voorhand. De nadruk op doelbereik, vanuit subsidieregelingen, leidt tot risicovrij plannen.