Prognose van emigratie op basis van een retourmigratiemodel

20-03-2005 | Publicatie

In de bevolkingsprognose van 2004 is de emigratie voor het eerst gemodelleerd aan de hand van het ‘retourpercentage’. Dit percentage kan worden berekend door te kijken naar het aantal immigranten dat zich in een bepaald kalenderjaar in Nederland vestigt, en vervolgens na te gaan welke aantallen in hetzelfde jaar en in de daarop volgende jaren weer uit Nederland vertrekken.

Antillianen en Arubanen keren relatief vaak terug Voor zes herkomstgroeperingen zijn veronderstellingen opgesteld over het percentage immigranten dat uiteindelijk terugkeert naar het land van herkomst. Van de immigranten uit Turkije, Marokko en Suriname keert een kwart tot een derde van de mannen weer terug. Het retourpercentage van vrouwen ligt bij elk van deze groepen 10 procentpunten lager. Voor de Nederlandse Antillen en Aruba, overige niet-westerse landen en westerse landen geldt een veel hoger retourpercentage. Voor alle niet-westerse geboortelanden wordt verwacht dat het aantal emigranten in de toekomst (vrijwel) continu zal dalen. Het aantal emigranten uit de westerse landen zal tot 2020 stijgen en daarna gaan dalen.

Voor het eerst is er ook een prognose opgesteld over de verdeling van eerste generatie allochtonen naar verblijfsduur. Momenteel wonen de meeste niet-westerse eerste generatie allochtonen hier nog geen 30 jaar. In de toekomst zullen de aantallen met een langere verblijfsduur sterk stijgen. Westerse eerste generatie allochtonen wonen hier vaak al langer dan 40 jaar, hoewel de grootste groep hier korter dan 10 jaar verblijft. Deze situatie zal in de toekomst grotendeels blijven bestaan.