Regionale luchthavens en economie – visies, meningen en wetenschappelijke analyses

24-07-2009 | Publicatie

Een vliegticket naar Londen voor slechts 10 euro inclusief belastingen. Via internet een cd bestellen in Amerika, die binnen één week op de deurmat ligt – nog voor een lagere prijs ook dan in de winkel. Leek dit vijftien jaar geleden nog onmogelijk, inmiddels weten we bijna niet beter. Deze nieuwe fenomenen zijn ontstaan dankzij de opkomst van goedkope luchtvaartmaatschappijen en regionale luchthavens. Regionale luchthavens vormen een complex vraagstuk voor zowel politici en beleidsmakers als wetenschappers; de luchthaven kan de economie in een regio stimuleren, maar hoe moet bijvoorbeeld worden omgegaan met de geluidsoverlast?

Regionale luchthavens en economie: de voor- en nadelen van luchtvaart blijven een controversieel onderwerp

Acht essays over de mogelijk- en onmogelijkheden van regionale luchthavens

RSA Nederland en het Planbureau voor de Leefomgeving hebben in 2007 de Voorjaarsdag aangegrepen om te discussiëren over de regionale luchthavens. De presentaties van die dag zijn als essay opgenomen in de bundel Regionale luchthavens en economie.

De acht essays laten zien dat de lusten en lasten van (regionale) luchthavens het debat blijven domineren. Luchtvaart is nog steeds een controversieel onderwerp dat de nodige vragen oproept. Kan het beleid van een luchthaven bijdragen aan de economische ontwikkeling in een regio? Hoe erg is de geluidsoverlast en hoe kan die worden aangepakt? Zijn bedrijven eerder geneigd zich in een regio te vestigen als er een luchthaven is? Zou het bevoegd gezag over de regionale luchthavens moeten liggen bij de provincie of het Rijk?

Tien experts geven hun visie, mening en wetenschappelijke analyse

De essays zijn geschreven door tien auteurs met uiteenlopende expertises en achtergronden.

Hugo Gordijn van het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid geeft een overzicht van de groei van regionale luchthavens en schetst een mogelijk toekomstperspectief.

Jan Tindemans, directeur van de luchthaven Maastricht-Aachen en voormalig gedeputeerde van de provincie Limburg, gaat in op de betekenis van de luchthaven voor de regio en houdt een persoonlijk pleidooi voor een luchthavenbeleid dat bijdraagt aan een optimale ontwikkeling van de regio en vice versa

Paul Bleumink en Femke van der Zanden van Buck Consultants International schetsen de economische gevolgen van regionale luchthavens voor de regio.

Bart Boon en Arno Schroten (Onderzoeks- en Adviesbureau CE Delft) gaan in op de decentralisatie van het bevoegd gezag over regionale luchthavens van het Rijk naar de provincies. Volgens de auteurs hebben de luchthavens een bovenregionaal belang en zou een centrale ruimtelijk-economische regie vanuit Den Haag daarom opnieuw moeten worden overwogen.

Peter Cabus van het Geo-Instituut in Leuven geeft inzicht in de luchthavenperikelen van België. Uit een analyse van Cabus blijkt dat bedrijven in hun vestigingsbeleid rekening houden met de aanwezigheid van een luchthaven. Niet alleen in de nabijgelegen gemeenten, maar in een vrij groot gebied rond de luchthavens.

Willemieke Hornis (Planbureau voor de Leefomgeving) gaat, aan de hand van een analyse van vijftig Europese luchthavens, in op de verschillende aspecten van geluid, de relatie tussen die aspecten en de vervoersprestaties, en de mogelijkheden om de geluidsproblematiek aan te pakken.

Het essay van Willem Jan Zondag, redacteur bij Aerlines Magazines, gaat over luchtvracht. Zondag laat zien hoe de luchtvracht is georganiseerd en hoe sommige luchtvaartmaatschappijen een sterke voorkeur hebben voor regionale luchthavens.

In het laatste artikel gaat Koen Frenken van de Universiteit Utrecht in op de low cost carriers, de goedkope luchtvaartmaatschappijen die de afgelopen tien jaar als paddenstoelen uit de grond schieten. Van de vele luchtvaartmaatschappijen die zijn opgericht, is 40% inmiddels alweer failliet. Met een statistische analyse laat Frenken zien welke maatschappijen dit zijn en wat de oorzaak is van hun faillissement.