Ruimtelijke beelden voor Zuid-Holland

10-03-2006 | Publicatie

De provincie Zuid-Holland is te klein om natuur, landschap en water optimaal te beschermen en tegelijkertijd tegemoet te komen aan alle ruimteclaims voor wonen en werken. De stedelijke ontwikkeling in Zuid-Holland vraagt om duidelijke keuzes. Dat blijkt uit een rapport van het Milieu- en Natuurplanbureau (MNP) in opdracht van de provincie Zuid-Holland.

Samenvatting

Zuid-Holland staat voor de vraag hoe wonen en werken zich verder moeten ontwikkelen. Komen er woonwijken, bedrijventerreinen en glastuinbouw waar de markt dat wil of stuurt de provincie dit proces bij? Groeien vooral de grote steden, of ontstaat ook overal in het Groene Hart en op de eilanden nieuwe bebouwing? Om een antwoord te kunnen geven op die vragen, heeft het Milieu- en Natuurplanbureau (MNP) vier scenario’s ontwikkeld die laten zien hoe de provincies zich tot 2040 kan ontwikkelen.

Afhankelijk van de keuzes die de provincie maakt, kan de ontwikkeling van Zuid-Holland sterk uiteen lopen. Als de provincie wonen en werken alle ruimte geeft, neemt het groene karakter van deze dichtbevolkte regio overal verder af. In de scenario’s met groot belang aan de bescherming van natuur, landschap en water blijkt dat de provincie te klein is om aan alle ruimteclaims tegemoet te kunnen komen.

In alle toekomstscenario’s is sprake van handhaving of uitbreiding van de verstedelijking rondom de grote steden. De verschillen zitten in verdere verstedelijking in meer geconcentreerde vorm in de Bollenstreek en tussen Rotterdam en Den Haag, of meer verspreid in het Groene Hart of op de Zuid-Hollandse eilanden. In de scenario’s die op economische efficiëntie gericht zijn, verdwijnen open ruimten als Midden-Delfland en komen geen samenhangende groene gebieden tot stand. Het zuidelijk deel van Zuid-Holland kent grote ruimteclaims. In scenario’s waar ruimte voor natuur, landschap en water belangrijk wordt gevonden kunnen deze zelfs zo groot zijn, dat niet aan alle claims tegemoet kan worden gekomen. Dat leidt ertoe dat een deel van de verstedelijking aan of over de randen van de provincie terecht komt.

Uitbreiding van de Maasvlakte heeft grote gevolgen voor het ruimtegebruik bij Rotterdam. Aan de ene kant kunnen de oostelijke havengebieden vrijkomen voor wonen. Aan de andere kant brengt uitbreiding van de Maasvlakte met zich mee dat er meer gebruik wordt gemaakt van verbindingen met het achterland. Daardoor is langs die verbindingen weer ruimte nodig in verband met risico’s, geluid en luchtkwaliteit. Ook groeit het ruimtegebruik voor distributie en gerelateerde bedrijvigheid langs de achterlandverbindingen. De ruimte hiervoor is echter vrij beperkt.

Samenvattend volgen uit de studie van het MNP de volgende belangrijke ruimtelijke keuzes voor de provincie:

  • Verstedelijking concentreren of spreiden?
  • Ruimtebeslag van toeleverende en verwerkende bedrijven als gevolg van verdere uitbreiding van de Maasvlakte bij Rotterdam of buiten de provincie zoeken?
  • Wonen en recreëren of vliegen en werken rondom vliegveld Rotterdam Airport?
  • Uitbreiden van glastuinbouw en bollenteelt of verplaatsen naar buiten de provincie?
  • Ruimte maken voor natuur en water of voor andere functies?

De provincie Zuid-Holland heeft de studie van het Milieu- en Natuurplanbureau gebruikt voor het provinciale beleidsplan “Groen, Water en Milieu”.