Studie naar de ruimtelijke variabiliteit van stadsachtergrondconcentraties van PM10 en PM 2.5

07-04-2009 | Publicatie

De achtergrondconcentratie van fijn stof blijkt in een stad vrijwel overal gelijk te zijn. Achtergrondconcentraties worden vastgesteld op plekken waar de bijdrage van bronnen in de directe omgeving, zoals lokaal verkeer, klein is. De onderlinge verschillen zijn kleiner dan 10% en zijn ongeveer even groot als de meetnauwkeurigheid. De metingen sluiten aan op de berekeningen voor de rapportages over de luchtkwaliteit in Nederland die jaarlijks worden uitgevoerd met de Grootschalige Concentratiekaarten Nederland (GCN).

Fijn stof is juist in stedelijk gebied beleidsmatig van belang, omdat daar concentraties verhoogd zijn en er dus veel mensen worden blootgesteld aan deze verhoogde concentraties. Om die blootstelling te verminderen is in 2008 een EU-richtwaarde voor PM2.5 vastgesteld. Deze PM2.5 richtwaarde moet worden gemonitord door de achtergrondconcentraties in steden te meten. Hoewel er beleidsmatig al veel van de kennis over fijn stof in het stedelijk gebied wordt gevraagd is die echter nog beperkt.

Dit rapport beschrijft een onderzoek naar de variatie in ruimte en tijd van achtergrondconcentraties van fijn stof in het stedelijk gebied van Rotterdam. Hierbij is ook onderzocht in welke mate fijnstofmetingen representatief zijn bij het vaststellen van de stadachtergrondconcentratie van fijn stof. Deze studie is uitgevoerd door TNO en ECN in het kader van het beleidsgeoriƫnteerde onderzoeksprogramma fijn stof BOP. BOP wordt gecoƶrdineerd door het Planbureau voor de Leefomgeving.

De metingen op verschillende plekken lopen nauwelijks uiteen. De ruimtelijke variabiliteit blijkt minder dan 10% voor PM10 en minder dan 5% voor PM2.5. De metingen suggereren een soort PM-plateau, waarbij er sprake is van een klein verschil tussen de regionale achtergrondconcentratie en een min of meer constant niveau van de stadsachtergrondconcentratie. Om de onzekerheid in het vaststellen van de stadsachtergrondconcentratie door metingen te verminderen is het aan te bevelen om de concentratie op meerdere stadsachtergrondlocaties te meten.

Meer informatie