Van aankoop naar beheer. Verkenning kansrijkheid omslag Natuurbeleid I

08-09-2005 | Publicatie

Sinds een aantal jaren wil de rijksoverheid agrariërs en andere particulieren sterker betrekken bij het natuurbeheer. Dit kan wellicht het draagvlak voor het beleid vergroten en de kosten drukken. Maar de vraag is of dit realistisch is. Het Milieu- en Natuurplanbureau heeft de drie verschillende organisatievormen van natuurbeheer (terreinbeheerders, particulieren en agrariërs) met elkaar vergeleken op hun consequenties voor ecologie, deelnamebereidheid en kosten. Het MNP concludeert dat de omslag onder de huidige condities niet het gewenste effect zal hebben. Voor particulier natuurbeheer is vooralsnog weinig animo en agrarisch natuurbeheer zal met de huidige regelingen en beschikbare financiën zelden de natuurdoelen kunnen halen die terreinbeheerders wel kunnen halen.

Omslag natuurbeleid goedkoper

De jaarlijkse kosten van particulier natuurbeheer zijn voor het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit (LNV) gemiddeld twintig procent lager dan beheer via terreinbeherende organisaties. Dit komt doordat LNV, naast de beheerkosten, alleen de waardedaling hoeft te vergoeden van grond die de bestemming natuur krijgt.

De kosten bij agrarisch natuurbeheer zijn zestig procent lager dan bij uitvoering door terreinbeherende organisaties. Dit komt omdat de overheid niet hoeft te betalen voor de grond. Wel zijn de beheervergoedingen die LNV de agrariërs moet betalen enkele malen hoger dan die van terreinbeherende organisaties. Dit komt doordat de overheid naast de kosten voor het gevoerde beheer tevens de opbrengstderving ten gevolge van natuurbeheer compenseert.

Budgetbesparing op korte termijn

Door de omslag in het natuurbeleid wordt een deel van de uitgaven naar een latere periode verschoven. Zo zal er tijdens de periode van de realisatie van de EHS (tot 2018) een besparing optreden in de uitgaven van circa 650 miljoen. In de periode 2018-2047 komen er echter extra uitgaven van circa 400 miljoen euro. Dat komt doordat het beheer blijvend duurder is.

Weinig animo particulier natuurbeheer

Marktonderzoek van het Nationaal Groenfonds geeft aan dat de deelnamebereidheid voor particulier natuurbeheer op termijn niet voldoende zal zijn om de areaaltaakstelling van ruim 40.000 hectare in 2018 voor particulier natuurbeheer te halen. Knelpunten in het aanvraagtraject spelen hierbij een rol. Deze betreffen financiële onzekerheden, eenzijdige financiële risico’s bij het mislukken van het aanvraagtraject en een gebrek aan kennis en informatie bij potentiële deelnemers en betrokken instanties als gemeenten.

Agrarisch natuurbeheer in trek

De deelnamebereidheid aan agrarisch natuurbeheer ziet er rooskleurig uit. De agrariërs geven aan dat zij over het algemeen tevreden zijn over de regeling. Tachtig procent geeft aan het agrarisch natuurbeheer te willen continueren en zelfs te willen uitbreiden na afloop van het lopende contract.

Bedrijfseconomische analyses geven wel aan dat er een grens ligt bij circa 50% van de bedrijfsoppervlakte die onder agrarisch natuurbeheer kan worden gebracht. Daarboven zijn de bedrijfseconomische kosten hoger dan de vergoeding die er tegenover staat. Agrariërs kiezen op dit moment vaak voor de lichtere vormen van agrarisch natuurbeheer.

Instrumentarium agrarisch natuurbeheer ontoereikend voor omslag

Om dezelfde natuurdoelen te kunnen bereiken als met terreinbeheer, zou de regeling voor agrarisch natuurbeheer moeten worden aangepast. Ook zou de continuïteit meer moeten worden gewaarborgd. Dit zou bijvoorbeeld kunnen via een oplopende financiële vergoeding. Daarnaast kunnen via inrichtingsmaatregelen met betrekking tot de waterhuishouding natuurdoelen worden gerealiseerd die zonder deze ingrepen niet gerealiseerd kunnen worden.