Van inzicht naar doorzicht, Beleidsmonitor water, thema chemische kwaliteit van oppervlaktewater

25-10-2004 | Publicatie

De kwaliteit van oppervlaktewater voldoet niet aan alle doelen. Voor verdere verbetering is grensoverschrijdende samenwerking nodig en binnen Nederland samenwerking tussen verschillende beleidsterreinen en overheden. Dit staat in de thema-evaluatie chemische waterkwaliteit ‘Van Inzicht naar Doorzicht’.

De kwaliteitsdoelstellingen voor het Nederlandse oppervlaktewater zijn in het merendeel van de wateren en voor veel stoffen niet bereikt. Na grote verbeteringen in de jaren 1970 – 1995 is de chemische kwaliteit van het oppervlaktewater de afgelopen 10 jaar weinig veranderd. Dit heeft meerdere redenen:

  • De economie, de productiewaarde van de landbouw, het verkeer en de bevolking zijn gegroeid. Door milieumaatregelen zijn de emissies afgenomen (ontkoppeling), maar deze afname was niet voldoende of heeft zich niet vertaald naar een evenredige vermindering van de belasting van het oppervlaktewater. In de water- en de landbodem zijn bijvoorbeeld voorraden fosfor en metalen aanwezig, die nog vele jaren naleveren aan het oppervlaktewater.
  • De kwaliteit van de grensoverschrijdende rivieren is bepalend voor de Nederlandse rijkswateren en kustzone. De verbeteringen in deze kwaliteit waren voor meerdere stoffen niet voldoende om de doelen in Nederland te halen.
  • Het beleid voor water, landbouw en milieu is onderling onvoldoende afgestemd om de waterkwaliteitsdoelen te halen. Medio 90-er jaren waren de puntbronnen (industrie, rioolwaterzuiveringen) met het instrumentarium van de Wet verontreiniging oppervlaktewater (Wvo) vergaand gesaneerd. De diffuse bronnen, die vanaf toen de meeste verontreiniging veroorzaakten, moesten vooral met andere instrumenten worden aangepakt. De wettelijke instrumenten hiervoor vallen vooral binnen de beleidsvelden milieu en landbouw.
  • Het onderwerp waterkwaliteit had geen prioriteit bij overheid en politiek; na twee winters met hoogwatergolven, in 1993 en 1995, lag de aandacht meer bij de bescherming tegen overstroming.

Door de komst van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) krijgen waterkwaliteitsdoelstellingen een hardere status dan tot nu toe gebruikelijk is geweest in het Nederlandse waterbeleid: de goede ecologische en chemische kwaliteit moeten binnen de geldende termijnen worden bereikt. Extra maatregelen moeten al worden genomen op het moment dat duidelijk is dat de doelen waarschijnlijk niet gehaald zullen worden. De Europese Commissie kan sancties gebruiken als drukmiddel. Beleid op andere beleidsterreinen zal meer dan nu rekening moeten houden met de waterkwaliteitsdoelen. Dit geldt vooral voor het beleid voor mest, verkeer, bestrijdingsmiddelen, stoffen en producten. Deze externe integratie en de concrete uitwerking van de KRW zijn een grote inhoudelijke en bestuurlijke opgave en vragen om samenwerking tussen vele partijen. Betrokkenen bij het waterbeheer geven aan dat zij daarbij behoefte hebben aan een duidelijke strategie en processturing.