Van klimaatdoel naar emissiereductie

14-11-2006 | Publicatie

De EU doelstelling (beperking van de wereldwijde temperatuurstijging tot hooguit 2 graden) kan alleen met hoge zekerheid worden bereikt bij stabilisatie van broeikasgasconcentraties op lage niveaus. De hiervoor benodigde emissie-reducties zijn technisch mogelijk tegen directe kosten van zo’n 1-2% van het BNP. De inzet van verregaand klimaatbeleid, inclusief een breed pakket van maatregelen en een verbreding van deelnemende landen is dan wel noodzakelijk.

Nieuwe inzichten in de mogelijkheden voor beperking van klimaatverandering

Het lange-termijn doel van het klimaatbeleid van de Europese Unie en Nederland is het beperken van de mondiale temperatuurstijging tot maximaal 2 graden Celsius. Dit rapport geeft een overzicht van recente kennis hoe dit lange-termijn doel vertaald kan worden naar emissiereducties op verschillende schaalniveaus. Aangetoond wordt dat het technisch mogelijk is om de uitstoot van broeikasgassen zodanig te beperken dat er een kans van meer dan 50% is dat de 2 graden Celsius doelstelling wordt gehaald tegen kosten in de orde van 1-2% van het bruto wereld product (BNP). Het bereikbaar houden van deze doelstelling vereist echter wel spoedige actie, de inzet van een breed palet aan oplossingsrichtingen en een mondiale aanpak van het probleem. Het plaatsen van klimaatbeleid in een bredere context van duurzame ontwikkeling kan bijdragen aan het verbreden van het draagvlak.

Lange termijn doelstelling van maximaal 2° C temperatuurstijging

Het klimaat op aarde is aan het veranderen en de mens heeft daarop in de laatste 150 jaar een aantoonbare invloed gehad. Daarom sloten in 1992 in Rio de Janeiro meer dan 150 landen onder VN-vlag het internationale Klimaatverdrag. Dat verdrag vormt de basis voor het internationale klimaatbeleid. Het doel is om gevaarlijke, onomkeerbare veranderingen in het klimaat te vermijden teneinde de voedselproductie, de biodiversiteit en een duurzame ontwikkeling te beschermen. De Europese Unie en enkele lidstaten waaronder Nederland hebben dit politiek vertaald in het doel om de mondiale temperatuurstijging te beperken tot maximaal 2°C boven het pre-industriële niveau.

Vertaling van dit klimaatdoel in concrete maatregelen voor de langere termijn (dat wil zeggen na 2012 wanneer de afspraken onder het Kyoto Protocol aflopen) is niet eenvoudig. Het vereist wetenschappelijke inzichten in de relaties tussen de oorzaken en gevolgen van klimaatverandering, die nog omgeven zijn met grote onzekerheden. Het brengt ook lastige en complexe beleidskeuzes met zich mee. Er moet onder andere een afweging worden gemaakt tussen de kosten van klimaatbeleid en de risico’s van klimaatverandering. Het beperken van de temperatuurstijging tot 2°C vergt naast maatregelen in Europa en Nederland ook de inzet van alle andere delen van de wereld, waarvoor internationale overeenstemming over de verdeling van inspanningen nodig is

Klimaatbeleid past in een breder kader van duurzame ontwikkeling

Het klimaatprobleem is geen geïsoleerd probleem. Bij de aanpak van het klimaatprobleem moet ook rekening worden gehouden met vele andere beleidsdoelstellingen. Klimaatbeleid, zowel voor het reduceren van emissies als ook voor aanpassing aan klimaatverandering staat in een veel bredere context van beleidsdoelstellingen, zoals internationale ontwikkelingsdoelstellingen, verbetering van de luchtkwaliteit en energievoorzieningszekerheid. Veel van de maatregelen die worden genomen op andere beleidsterreinen hebben direct invloed op de haalbaarheid en kosten van klimaatbeleid. Het plaatsen van klimaatbeleid in een breder kader van duurzame ontwikkeling is daarom noodzakelijk. Dit maakt het tegelijkertijd mogelijk te zoeken naar een synergie tussen de verschillende doelstellingen en daarmee naar vergroting van het politieke en maatschappelijke draagvlak voor het nationale en internationale klimaatbeleid.