Verkennen van vergelijkbaarheid van post-2012 reductie-inspanningen voor Annex I en rijkere ontwikkelingslanden

03-02-2009 | Publicatie

In 2007 kwamen de EU-landen overeen dat de broeikasgasemissies in 2020 met 30% moeten zijn teruggedrongen als bijdrage aan een internationale post-Kyoto klimaatovereenkomst. Voorwaarde is dat andere geïndustrialiseerde (Annex I) landen zich verplichten tot “vergelijkbare” reductie-inspanningen. Dit rapport beschrijft verschillende conceptuele benaderingen van “vergelijkbare inspanningen”, en analyseert hun voor- en nadelen. In de studie zijn vervolgens de gevolgen van zes geselecteerde benaderingen van "vergelijkbare inspanningen" voor de reductiedoelstellingen en reductiekosten voor de verschillende Annex I landen onderzocht.

Om een mondiale reductie van broeikasgassen in 2020 met 30% te bereiken zijn vergelijkbare reductie-inspanningen van EU-landen en andere geïndustrialiseerde (Annex I) landen noodzakelijk. Dit rapport beschrijft verschillende conceptuele benaderingen van “vergelijkbare inspanningen”, en analyseert hun voor- en nadelen.

Het rapport analyseert vervolgens de gevolgen van zes geselecteerde benaderingen van “vergelijkbare inspanningen”, bijvoorbeeld gelijke kosten in procenten van het bruto binnenlands product (BBP) of gelijke marginale reductiekosten, voor de reductiedoelstellingen en reductiekosten voor de verschillende Annex I landen. Dit is gedaan voor drie scenario’s voor de totale Annex I reductiedoelstelling, namelijk een vermindering van 20%, 30% en 40% van de broeikasgasemissies van alle Annex I landen onder het niveau van 1990 in 2020.

Uit de analyse blijkt dat er voor alle Annex I landen aanzienlijke reducties noodzakelijk zijn. De grootste reducties ten opzichte van de 1990 emissieniveaus behalen Rusland en Oekraïne; hun uitstoot daalde tussen 1990 en 2020. Daarna volgt de EU. De EU wordt gevolgd door Canada en in mindere mate Japan en de Verenigde Staten. In dit laatste land zijn de emissies sterk toegenomen sinds 1990 en wordt een sterkere groei van de emissies voorzien. Ten slotte blijkt het alleen mogelijk om de 2 graden doelstelling te halen als de EU een reductie van tenminste 30% realiseert, de andere Annex I landen een vergelijkbare inspanning plegen, en voldoende steun aan de ontwikkelingslanden wordt verleend om hun emissies met 15-30 % ten opzichte van hun emissies in het basisscenario te verlagen.