Verrommeling in beeld - Kaartbeelden van storende elementen in het Nederlandse landschap

22-08-2006 | Publicatie

De Nota Ruimte geeft aan dat het Nederlandse landschap verrommelt. Maar wat is verrommeling nu precies en waar komt het voor? Dit rapport biedt kaartbeelden van de verrommeling in Nederland op basis van landsdekkende databestanden van verrommelende elementen in het landschap. Verrommeling blijkt vooral voor te komen in de Kop van Noord-Holland, langs de westflank van de Randstad en in Noord-Brabant en Limburg.

Samenvatting

Inleiding

De Nota Ruimte geeft aan dat het Nederlandse landschap verrommelt. Maar wat is verrommeling nu precies en waar komt het voor? Het Milieu- en Natuurplanbureau (MNP) biedt in dit rapport kaartbeelden van de verrommeling van het landelijk gebied in Nederland op basis van landsdekkende databestanden. Dit maakt het voor het MNP mogelijk om de verrommeling van het landschap - immers een proces - in de tijd te gaan volgen. Het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu (VROM) heeft aan het Ruimtelijk Planbureau (RPB) en MNP namelijk verzocht om een tweejaarlijkse Monitor Doelbereik Nota Ruimte uit te brengen. Verrommeling vormt één van de indicatoren in de monitor.

In dit onderzoek is dankbaar gebruik gemaakt van eerder onderzoek dat Alterra in opdracht van het MNP heeft uitgevoerd om verrommeling te definiëren en met veldonderzoek in een aantal deelgebieden in beeld te brengen. Dit onderzoek wees uit dat twee factoren bepalend zijn voor verrommeling. Ten eerste het voorkomen van potentieel storende elementen; dit verklaart ongeveer driekwart van het verrommelingsbeeld. Ten tweede de heterogeniteit van het grondgebruik; dit verklaart ongeveer een kwart van het verrommelingsbeeld. Beide zijn in dit rapport in beeld gebracht.

Storende elementen

Storende elementen in het landschap variëren in schaalniveau van lokale elementen als reclameborden en witte paardenhekken tot elementen met een grotere uitstraling als windturbines en glastuinbouw. Voor het landsdekkende kaartbeeld in dit rapport zijn alleen die elementen meegenomen, die een uitstraling op bovenlokaal niveau hebben. Om een landsdekkend beeld te maken van potentieel storende elementen, zijn gewichten nodig om de aparte elementen bij elkaar te kunnen optellen. Verrommeling is een subjectief begrip; het wordt door mensen verschillend ervaren. Onderzoek naar deze ervaring is nog onvoldoende voorhanden. Daarom is een aantal landsdekkende beelden gemaakt, met wisselende gewichten. Wanneer resultaten van belevingsonderzoek beschikbaar komen, kan het beeld verder worden aangescherpt. Overigens blijkt het landsdekkende beeld vrij ongevoelig voor het verschil in gewichten. Potentieel storende elementen blijken vooral voor te komen in de Kop van Noord-Holland, langs de westflank van de Randstad en in Noord-Brabant en Limburg. Ook Overijssel en Gelderland kennen veel gebieden met storende elementen. In deze gebieden komen potentieel storende elementen voor die een groot oppervlak bestrijken, zoals glastuinbouw, bollenteelt, boomteelt en maïsteelt.

Heterogeniteit van het landschap

De heterogeniteit van het grondgebruik is bepaald door per vak van 25 bij 25 meter in beeld te brengen hoeveel verschillende typen grondgebruik voorkomen in een straal van 500 meter. Grondgebruik dat in combinatie niet als verrommelend overkomt, zoals bijvoorbeeld grondgebonden landbouw en natuur, is als eenzelfde type grondgebruik opgevat. In dit kaartbeeld komen dezelfde gebieden naar voren als in het landsdekkende beeld van potentieel storende elementen.

Combinatie ven beide kaarten

Beide kaarten ‘landsdekkende beeld met potentieel storende elementen’ en ‘heterogeniteit van het grondgebruik’ zijn vervolgens bij elkaar opgeteld naar rato van hun gewicht (driekwart/een kwart). Vanzelfsprekend gaf dit ook een vergelijkbaar beeld te zien. Het onderzoek beveelt daarom aan om uit te gaan van de simpelste methode: een ongewogen optelling van de potentieel storende elementen.

Tenslotte is deze kaart gecombineerd met een kaart van de culturele en natuurlijke kernkwaliteiten van het landschap. De Nota Ruimte geeft immers aan dat het rijk wil dat provincies en gemeenten de kernkwaliteiten van het landschap behouden, versterken en eventueel vernieuwen via ‘ontwikkeling met kwaliteit’. Een grote mate van verrommeling in gebieden met een grote landschapskwaliteit komen voor in de Kop van Noord-Holland, langs de westflank van de Randstad en in Noord-Brabant en Limburg. De meest voor de hand liggende strategie voor provincies en gemeenten in deze gebieden lijkt een betere bescherming van de kernkwaliteiten van het landschap. In gebieden met veel verrommeling en een geringe landschapskwaliteit ligt versterking en eventueel vernieuwen van de kernkwaliteiten voor de hand.

Beperkingen

Het onderzoek kent twee belangrijke beperkingen. Niet van alle potentieel storende elementen zijn landelijke data beschikbaar, en het deskundigenoordeel kan afwijken van de beleving van verrommeling door andere Nederlanders. Daarom zal het MNP nog nader belevingsonderzoek laten verrichten. Wanneer resultaten beschikbaar komen, kan dit eerste beeld van de verrommeling verder worden aangescherpt. Het MNP houdt zich aanbevolen voor suggesties over aanvullende data en vormgeving van dit belevingsonderzoek.