Voetafdrukken van Nederlanders. Energie- en ruimtegebruik als gevolg van Consumptie. Achtergronden MB98 en MB99

11-02-2000 | Publicatie

Dit rapport geeft een nadere invulling aan het idee van afwenteling van milieuproblemen op het buitenland achter de indicator 'ecological footprint' zoals die door Wackernagel en Rees in 1996 is geïntroduceerd. Hierbij wordt gebruik gemaakt van eerder ontwikkelde benaderingsmethodieken betreffende het thema Verspilling ofwel het 'beslag op de sleutelvoorraden ruimte en energie'. Tevens worden daarmee samenhangende thema's als biodiversiteit, leefstijl en consumptiepatronen in nationaal verband nader geanalyseerd. Daarnaast is dit rapport als achtergrondrapport bij de Milieubalans 99 een verantwoording van de rekenmethodieken die in dat kader zijn gehanteerd alsmede de resultaten daarvan.

Het totale energiegebruik als gevolg van consumptie door Nederlanders is tussen 1948 en 1996 constant gestegen (de economische recessie van de jaren 80 daargelaten) en daarbij vervijfvoudigd. Het totale energiegebruik per persoon is tussen 1948 en 1996 meer dan verdrievoudigd van 35 naar ruim 120 GJ). De sterkste groei vond plaats tussen 1960 en 1980, mede als gevolg van de sterke groei van het autogebruik en de introductie van de centrale verwarming. Zonder de belangrijkste efficiencyverbeteringen zou het energiegebruik per persoon tussen 1948 en 1996 met ruim 40 GJ extra zijn gestegen. De belangrijkste bijdragen daaraan vormde de isolatie van woningen, de efficiency-verbeteringen van elektrische apparaten en die van verwarmingsinstallaties (30 GJ). Deze efficiencyverbeteringen binnen het huishouden zijn echter lang niet genoeg geweest om de consumptiegroei te compenseren.

Het ruimtebeslag van de Nederlanders is tussen 1960 en 1995 toegenomen zij het veel minder spectaculair dan het energiebeslag, van 7,9 mln. ha in 1960 tot 10,7 ha in 1995. De toename door de verhoogde consumptie met 5,8 mln ha. wordt daarbij ongeveer gecompenseerd door een verbetering in productietechnieken en productie-efficiëntie met 5,3 mln ha. Hierdoor houdt in 1995 de toename van het ruimtebeslag min of meer gelijke tred met de groei van de bevolking. Ten aanzien van de biodiversiteit is volgens een ruwe schatting wereldwijd de ecologische waarde afgenomen van 100% (oorspronkelijke bedekking) naar 73% in 1970 en 72% in 1990. Voor deze daling over het traject tot aan 1970 en 1990 is Nederland verantwoordelijk voor ca 0.2% (van de 27%, resp. 28% waarde daling). De beschrijvingen van de voor de Milieubalansen gehanteerde methodieken en definities geven aan, dat er tal van keuzen worden gemaakt die niet los kunnen worden gezien van het gebruiksdoel van de verkregen informatie.