Wegen naar een nieuw natuurbeleid; een bijdrage voor discussie

03-03-2010 | Publicatie

In het natuurbeleid kan meer rekening worden gehouden met de veranderingsprocessen, ofwel dynamiek, in de natuur. Ook zou het beleid in de toekomst meer kunnen aansluiten bij de behoefte aan natuur in de samenleving. De Ecologische Hoofdstructuur (EHS) blijft daarbij een belangrijke basis voor het natuurbeleid. Dit ruimtelijk samenhangend netwerk van natuurgebieden biedt plant- en diersoorten de mogelijkheid zich aan te passen aan ruimtelijke ontwikkelingen, zoals de verstedelijking, of aan de klimaatverandering.

Een beter natuurbeleid houdt rekening met veranderingen in de natuur

Dynamiek in natuur vraagt om robuuste en ruimtelijk samenhangende EHS

Naarmate de robuustheid en de ruimtelijke samenhang van de EHS sterker worden, kan de EHS gemakkelijker meebewegen met de dynamiek in de natuur. Natuur is immers veranderlijk; de aantallen en verspreiding van soorten op een locatie veranderen voortdurend, op korte en lange termijn. De klimaatverandering zorgt nog voor een extra dynamiek. Hoe sterker de dynamiek van de natuur, hoe meer ruimtelijke samenhang nodig is voor voldoende risicospreiding en herstelvermogen voor plant- en diersoorten. De ruimtelijke samenhang kan bijvoorbeeld toenemen door de EHS te koppelen aan het landschapsbeleid. Nederlandse multifunctionele landschappen met veel ‘groene’ (natuur) en ‘blauwe’ (water) elementen, of met de mogelijkheid deze te ontwikkelen, kunnen een klimaatbestendige EHS ondersteunen en een schakel zijn tussen die EHS en stedelijke en voedselproductielandschappen.

Bouwstenen voor het beleid

In deze studie reiken het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en Wageningen Universiteit en Onderzoekscentrum (WUR), op verzoek van de Stuurgroep Interdepartementaal Beleidsonderzoek Natuur (IBO), een aantal bouwstenen aan die de effectiviteit en de doelmatigheid van het natuurbeleid kunnen verbeteren. Uitgangspunt daarbij is de meest recente stand van de wetenschappelijke inzichten op het gebied van natuurontwikkeling, onder andere over de relatie tussen klimaatverandering en natuurontwikkeling.De bouwstenen van het mogelijk nieuwe beleid worden in de notitie geplaatst tegen de achtergrond van drie kijkrichtingen die richtinggevend zijn in het natuurdebat: ‘Hoog en droog’, ‘Deltanatuur’ en een kijkrichting waarin het maatschappelijk belang van natuur centraal staat. Deze kijkrichtingen, of mogelijke toekomstbeelden van de natuur in Nederland, en de daarbij passende strategieën kunnen helpen een discussie op gang te brengen over hoe het natuurbeleid doeltreffender en efficiënter gemaakt kan worden en hoe het beter kan aansluiten bij de behoefte van de samenleving. Een nieuw natuurbeleid zou ook de huidige uitvoeringsproblemen kunnen verminderen en kunnen leiden tot lagere maatschappelijke kosten.

Overige randvoorwaarden voor een nieuw natuurbeleid

Niet alleen moet het beleid meer rekening houden met de dynamiek in de natuur en met de wensen van mensen. Ook is een meer integrale werkwijze van de overheid essentieel, bijvoorbeeld om het natuurbelang in het ruimtelijk beleid te borgen. Ten slotte zijn afspraken binnen de Europese Unie van belang om beter in te kunnen spelen op de dynamiek van de natuur en om natuurgebieden op Europese schaal te kunnen verbinden.