Verkenning milieugevolgen van het nieuwe mestbeleid : Achtergrondrapport Evaluatie Meststoffenwet 2007

19-09-2008 | Publicatie

Nederland kan in 2015 bij benadering voldoen aan de Europese nitraatnorm voor grondwater. Uitzondering blijft het zuidelijk zandgebied, waar de nitraatconcentratie ruim 30 mg/l te hoog blijft. De kwaliteit van het oppervlaktewater zal in de komende 20 jaar - ondanks evenwichtsbemesting voor fosfaat - echter niet verbeteren. Dit blijkt uit verkenningen van de milieugevolgen van het nieuwe mestbeleid uitgevoerd met het model STONE.

Oplossing nitraatprobleem komt dichterbij maar fosfaatprobleem is hardnekkig

Deze studie bevat een verkenning van milieugevolgen van het nieuwe mestbeleid (aanvang 1/1/2006) met behulp van het modelinstrumentarium STONE.

De studie heeft geleid tot de volgende bevindingen:

  • De fosfaatgebruiksnormen van 2015 (evenwichtsbemesting) leiden tot een aanzienlijke daling van het fosfaatoverschot op de bodembalans van landbouwgrond. Het resterende overschot wordt geraamd op circa 2 kg/ha. Dat is kleiner dan het onvermijdelijke fosfaatverlies van 5 kg/ha, zoals verwoord in het 3e Actieprogramma in het kader van de Nitraatrichtlijn.
  • De stikstofgebruiksnormen van 2009 (voor uitspoelingsgevoelige akker- en tuinbouwgewassen 10% lagere normen dan in 2006) leiden tot een nitraatconcentratie in het grondwater van het Nederlandse zandgebied die op termijn (na 2015) 55 mg/l zal bedragen. Hiermee wordt de doelstelling van 50 mg/l benaderd.
  • In het zuidelijk zandgebied zal de nitraatnorm ook na 2009 nog aanzienlijk worden overschreden (gemiddelde concentratie circa 80 mg/l).
  • Het nieuwe mestbeleid (ingevoerd in 2006) verlaagt de belasting van oppervlaktewater met stikstof en fosfor vergeleken met de referentie 2006 in 2015-2030 met circa 14% (stikstof) en circa 8% (fosfor). Voor fosfor keert de trend om van een geringe stijging naar een geringe daling.

De verwachte stikstof- en fosforconcentraties in het landbouw-beĆÆnvloede oppervlaktewater zijn berekend met behulp van een schaalfactor ten opzichte van historische monitoringgegevens. De gemiddelde stikstofconcentraties komen overeen met de indicatieve nutriĆ«ntenconcentraties behorend bij het Goede Ecologische Potentieel (max. 4 mg/l). De gemiddelde fosforconcentraties liggen boven de indicatieve GEP waarden (max. 0,15 mg/l). Voor wateren in gebieden met klei en veen zijn de berekende fosforconcentraties het hoogst, maar ook meer onzeker.