Logo van het Planbureau voor de Leefomgeving
Naar het hoofdmenuNaar de hoofdinhoud

De Duitse kolenuitstap - aandachtspunten voor Nederland

Artikel | 25-02-2016

In een blog voor Energiepodium bespreekt Pieter Boot, sectorhoofd Klimaat, Lucht en Energie bij het PBL, de Duitse kolenuitstap. Bij onze oosterburen is een debat over kolen in de elektriciteitsvoorziening losgebarsten. Dit begon nadat de Duitse milieuminister Hendricks zich uitsprak voor een beëindiging van kolenstook in 2035 of 2040. Het is nog maar net begonnen, maar ook voor ons belangrijk omdat de Duitse en Nederlandse elektriciteitssystemen nauw verbonden zijn. De Duitse voorstellen kunnen inspirerend zijn voor onze komende energiedialoog.

De Duitse stroomsector verkeert al jarenlang in een spagaat. Enerzijds neemt de productie van stroom uit wind en zon sterk toe. In 2015 was 30% van de stroomproductie afkomstig van hernieuwbare bronnen, tegen 25,9% in 2014. Deze productie is sinds 2010 verdubbeld. Het aandeel van de stroomproductie uit kolen neemt echter maar weinig af en bedroeg in 2015 42,2%. De totale stroomproductie uit kolen was in 2015 zelfs nog groter dan in 2010. Het Duitse stroomverbruik is sinds 2011 globaal constant, maar de productie neemt sterk toe zodat per saldo een groot exportoverschot is ontstaan: bijna 10% van de stroomproductie gaat nu naar het buitenland. In Duitsland zelf drukt de hernieuwbare stroom die uit steenkool uit de markt, maar de marginale kosten van (steen)kolenstroom zijn relatief laag en daarom wordt deze geëxporteerd. Na Oostenrijk is Nederland de grootste importeur van Duitse stroom.

Gevolg hiervan is dat de CO2-emissie van de Duitse stroomproductie tussen 2011 en 2015 gelijk gebleven is. Daarmee wordt bij huidig beleid het doel van 40% reductie van alle broeikasgasemissies in 1990-2020 niet gehaald.

De optie van kolenstroom met CO2-afvang en -opslag speelt in de Duitse discussie geen rol

In de Duitse discussie over kolenstroom staat het verantwoordelijkheidsgevoel voor het behalen van de eigen doelen voorop: in 2050 moet de broeikasgasemissie met 80-95% omlaag. Omdat men beseft dat de reductie in het verkeer en de overige broeikasgassen in de landbouw relatief lastig is, moet de emissie van de stroomproductie met meer dan 95% dalen. Daar past geen kolen in, daarover is men het eens. De optie van kolenstroom met CO2-afvang en -opslag speelt in de Duitse discussie geen rol. De eerste aanpak is dan uiteraard om het Europese emissiehandelssysteem (ETS) te verbeteren. De Duitse energieminister Gabriel noemt dat veelvuldig, maar in de Duitse discussie is er weinig vertrouwen dat dit tijdig gaat lukken. Er is behoefte aan een plan B.

Dat plan B werd in januari gepresenteerd door Agora-Energiewende, de denktank waar de huidige energiestaatssecretaris Baake de vroegere directeur was. In het voorstel komt er een wet die een stapsgewijze afname van de kolencapaciteit voorziet. Tot 2020 is deze gering, omdat men ook de vermindering van de kerncapaciteit moet verstouwen, daarna gaat het sneller en in 2040 is de kolencapaciteit beëindigd (afgezien van een mogelijke reserve). De centrales die na 2010 zijn gebouwd mogen tot dat jaar blijven draaien. Omdat bruinkoolcentrales nauw verbonden zijn met bruinkoolmijnbouw is er in het voorstel veel aandacht voor de sociaaleconomische gevolgen van de sluiting van de bruinkoolmijnen. Dat is politiek ook het belangrijkste aspect. In het referentiescenario wordt een verder toenemende Duitse stroomexport voorzien, maar in het scenario van de kolenuitstap blijft de huidige export tot 2020 constant om daarna snel te dalen tot een importsaldo in 2025. Het voorstel gaat er vanuit dat de kolenstroom binnenlands vervangen wordt door nog meer stroom uit zon en wind en dat gascentrales voor de back-up gaan zorgen. Men realiseert zich dat door het ‘waterbedeffect' van de emissiehandel de Duitse vermindering van broeikasgasemissies alleen tot een Europese vermindering leidt als de Duitse CO2-rechten na 2020 uit de Marktstabiliteitsreserve worden gehaald. Deel van het plan is het ETS zodanig te wijzigen dat dit mogelijk is.

Wat leert ons dit? Allereerst dat een land met een veel groter kolenaandeel in de stroomvoorziening dan het onze, in een veel sterkere traditie van kolenmijnbouw, zich toch voor de emissies daarvan verantwoordelijk voelt. Men schuift dat niet op het Europese emissiehandelssysteem af, maar vindt het ook een Duits probleem. Dat is een besef dat in Nederland nog niet overal gedeeld wordt. Wij hebben soms de neiging te veronderstellen dat ETS de klimaatopgave in de elektriciteitsvoorziening gaat oplossen. Ten tweede de timing. Als Nederland deel van Duitsland zou zijn, zouden de nieuwe kolencentrales hier rond 2040 sluiten. Ten derde de onderlinge verbondenheid. In het Penta-overleg wordt al naar de voorzieningszekerheid gekeken, maar verschillende kolenscenario's horen daarbij.  En ten vierde de lock-ins. Een nog niet opgelost probleem in Duitsland is de koppeling van kolencentrales aan stadsverwarming, dus dat kunnen wij beter voorkomen.

In Duitsland geldt de gehele klimaatopgave als nationale verantwoordelijkheid. We kunnen voor onze energiedialoog van de concreetheid van het Duitse debat leren. Kolenstroom is eindig, ook bij ons. Een wettelijk vastgelegde uitstap - zij het via een emissiestandaard, zij het op andere wijze - gekoppeld aan vermindering van de daarmee samenhangende rechten in het ETS lijkt het overwegen waard. Het decennium na 2030 lijkt dan een logische termijn.

Lees verder

 

Auteur(s)Pieter Boot
Publicatiedatum25-02-2016
PublicatieEnergiepodium.nl