Eens een buitenstaander, altijd een buitenstaander? De toegankelijkheid van de landelijke woningmarkt voor plattelandsbewoners en aspirant-nieuwkomers

01-08-2012 | Publicatie

Rurale gentrificatie betekent dat in bepaalde landelijke dorpen of buurten minder welvarende plattelandsbewoners plaatsmaken voor gegoede nieuwkomers. Eén van de meest prangende vragen in de literatuur hierover is of plattelandsbewoners worden verdrongen op de landelijke woningmarkt door meer koopkrachtiger aspirant-nieuwkomers. Vooral op lokaal niveau bestaan daar zorgen over. Voor plattelandsbewoners is het lastig om binnen de eigen gemeente te verhuizen omdat relatief koopkrachtige nieuwkomers graag landelijk willen wonen.

In deze paper is gekeken naar de mate waarin mensen die geneigd zijn om te verhuizen en een voorkeur hebben voor landelijk wonen in een bepaalde gemeente, er in slagen deze voorkeur in de gewenste gemeente te realiseren. Daarvoor is gebruik gemaakt van een grootschalig enquêteonderzoek (WoON 2006), dat is verrijkt met administratieve gegevens van het longitudinale Sociaal Statistisch Bestand (SSB) van het CBS en een multilevel multinomiaal logistisch regressiemodel.

Aspirant-nieuwkomers zijn doorgaans kapitaalkrachtiger dan plattelandsbewoners en in veel plattelandsgebieden is de uitstroom minder kapitaalkrachtig dan de instroom. Toch slagen plattelandsbewoners er vaker in om te verhuizen naar een landelijk gebied binnen de eigen gemeente, dan dat aspirant-nieuwkomers er in slagen om te verhuizen naar het landelijk gebied van hun voorkeur. Aspirant-nieuwkomers hebben een grotere kans om te verhuizen naar een andere locatie dan ze aanvankelijk wilden. Daarbij hebben stedelingen een grotere kans om te verhuizen naar een stedelijk gebied en hebben niet-stedelingen een grotere kans om te verhuizen naar een landelijk gebied in een andere gemeente dan ze aanvankelijk wilden. De huidige woonlocatie bepaalt hiermee voor een groot deel mate of de voorkeur voor een landelijke locatie wordt gerealiseerd. Dat aspirant-nieuwkomers minder vaak hun voorkeur voor een landelijke locatie realiseren en vaker naar elders uitwijken dan plattelandsbewoners die binnen het landelijk gebied van de eigen gemeente willen verhuizen, is mogelijk een indicatie dat de voorkeuren voor een landelijke locatie van aspirant-nieuwkomers minder rigide zijn dan die van plattelandsbewoners die binnen het landelijk gebied van de eigen gemeente willen verhuizen. De bevindingen wijzen ook op het belang van de band met de gewenste gemeente en gehechtheid aan de plaats boven financiële hulpbronnen voor de mate waarin individuen hun landelijke locatievoorkeur realiseren dan wel aanpassen.

PBL Working paper 2