Ruimtelijke ontwikkelingen in het stedelijk gebied; dynamiek stedelijke milieus 2000-2006

09-06-2009 | Publicatie

De stedelijke ontwikkelingen tussen 2000 en 2006 zijn grotendeels in lijn met de doelstellingen van het ruimtelijk beleid: bundeling en verdichting van voortgaande verstedelijking. Veel ontwikkelingen deden zich voor aan de stadsranden: de dichtheid van de bebouwing is hier relatief sterk toegenomen; hetzelfde geldt voor typische stadsrandmilieus, zoals kantorenparken, meubelboulevards en bedrijfsterreinen. De stadsrand heeft dan ook in veel opzichten aan belang gewonnen, ten koste van het stadscentrum.

Ruimtelijke ontwikkelingen in de stad zijn grotendeels in lijn met beleid

In de afgelopen tien jaar is een groot aantal ruimtelijke ontwikkelingen in het stedelijk gebied min of meer constant geweest. Zo is het uitbreidingstempo van het stedelijk gebied in beide perioden teruggelopen. In 1996-2002 was de uitbreiding van het stedelijk gebied met 4,5 procent al gematigder dan in de periode daarvoor; in 2000-2006 was dit groeitempo met 3,0 procent nog lager. Ook de verdichting in het stedelijk gebied heeft doorgezet, zij het langzamer dan voorheen, evenals de toename van de functiemenging.

Verschillen met de periode 1996-2002

Daarnaast zijn er enkele duidelijke verschillen tussen de ontwikkelingen in beide perioden. Niet alleen de uitbreiding maar ook de verdichting van het stedelijk gebied ging in 2000-2006 duidelijk langzamer dan in 1996-2002; per saldo is er sprake van een afname van de stedelijke groei. Daarentegen ondergingen juist meer stedelijke milieus een verandering dan voorheen. De centrummilieus (met uitzondering van het hoogstedelijke centrummilieu) zijn relatief sterk in oppervlakte toegenomen, dit in tegenstelling tot de voorgaande periode. Karakteristiek voor deze centrummilieus is de concentratie van winkels en andere voorzieningen, terwijl ook wonen en werken er in hoge concentraties kunnen voorkomen).

Verschillen zijn gevolg van economische en demografische ontwikkeling

Voor een belangrijk deel lijken de verschillen terug te voeren op recente veranderingen in de economische en demografische ontwikkeling. De lagere economische en demografische groei na het jaar 2000 hebben bijgedragen tot minder uitbreiding en verdichting van de stad. In de stadscentra zijn de effecten van deze lagere groei anders dan bijvoorbeeld aan de stadsrand of in het buitengebied; in de centra neemt het aantal banen af, terwijl dit aan de stadsrand juist toeneemt, al gaat het daar langzamer dan vroeger. De verhoudingen tussen de stedelijke milieus zijn hierdoor veranderd.

Verschillen zijn ook gevolg van beleid

Daarnaast hebben veranderingen in het beleid bijgedragen aan het verschil met de vorige periode. Zo is met de Nota Ruimte het locatiebeleid voor detailhandel (PDV/GDV) en andere voorzieningen (ABC-locatiebeleid) gewijzigd, wat in principe meer mogelijkheden biedt voor ontwikkeling van detailhandelscentra aan de rand van de stad. Ook de toekomstige ontwikkeling in de stedelijke milieus zal voor een deel worden bepaald door de huidige en komende economische en demografische ontwikkelingen, en voor een ander deel door het ruimtelijk beleid.

Deze studie naar de ontwikkelingen in de verschillende woonmilieus die de rijksoverheid onderscheidt, heeft het PBL uitgevoerd op verzoek van het ministerie van VROM. Actuele gegevens over de verstedelijking zijn nodig om passend stedelijk beleid te kunnen ontwerpen.