Streekplannen in beeld. Landelijk overzicht van provinciale streek- en omgevingsplannen

28-01-2009 | Publicatie

Het Planbureau voor de Leefomgeving heeft een uniforme legenda gemaakt die over alle provinciale streek- en omgevingsplannen heen is gelegd. Op deze wijze is een landelijk vergelijkbaar beeld verkregen. Dit betekent dat functies die dezelfde planologische mogelijkheden of beperkingen aangeven voor ruimtelijke ontwikkelingen ook op dezelfde manier op de kaart gezet zijn. Dit biedt een landelijk beeld van mogelijke ruimtelijke ontwikkelingen in de nabije toekomst. Dit beeld dient als input voor ruimtelijke modellen en monitoring. Inmiddels zijn de provincies vanuit de nieuwe Wet op de ruimtelijke ordening bezig met structuurvisies en ruimtelijke verordeningen. PBL heeft IPO (Interprovinciaal Overleg) gevraagd te zijner tijd ook deze structuurvisies in een uniform landelijk beeld te vatten.

Grote diversiteit in legenda's

Provinciale structuur –en streekplannen geven een beeld van hoe Nederland er over tien jaar uit zou kunnen zien. Maar twaalf aan elkaar geplakte provinciale plannen laten nog geen landelijk beeld zien. Dit komt doordat elke provincie de verschillende ruimtelijke functies als wonen, werken, natuur en landbouw op haar eigen manier in kaart brengt. Niet alleen het gebruik van kleuren en symbolen verschilt, ook de detaillering en onderverdeling. Soms is zelfs de planologische betekenis van op dezelfde manier in kaart gebrachte functies verschillend.

Werkwijze

Bij de provincies zijn alle streek- en structuurplannen in digitale vorm verzameld. Alle voor het PBL-werk relevante legenda-eenheden zijn in een vertaaltabel geplaatst. Op basis van deze tabel is aan elke legenda-eenheid een kleur en/of patroon toegekend. Er is zoveel mogelijk aangesloten bij de kleuren zoals die in de streekplankaarten gebruikt worden. Vervolgens is een landelijke overzichtskaart gemaakt. Alle provincies hebben het resultaat beoordeeld, en dit commentaar is verwerkt.

Door gebruik te maken van een uniforme legenda is een landelijk overzicht van toekomstig gewenst ruimtegebruik op basis van provinciale plannen te maken.

De kaart is vervolgens uitgewerkt tot een "2010-kaart" door aan de provinciale deskundigen te vragen welke ruimtelijke ontwikkelingen in 2010 met grote waarschijnlijkheid gerealiseerd zullen zijn. De situatie in 2010 is gebruikt als input voor een ruimtegebruikmodel om de situatie in 2040 te simuleren.