Succes of falen? Een halve eeuw verstedelijkingsbeleid in Nederland

30-09-2016 | Publicatie

Het Nederlandse verstedelijkingbeleid bestaat 50 jaar. De eerste decennia was het gebaseerd op het concept van de ‘gebundelde deconcentratie’ en het groeikernenbeleid; na 1988 volgden het compactestadbeleid en de Vinex-locaties. Het artikel evalueert het verstedelijkingsbeleid over de gehele periode, op basis van evaluatieonderzoek en de analyses van kaartmateriaal.

Van compacte stad naar stedelijke netwerken

De conclusie is dat het verstedelijkingsbeleid weliswaar positieve effecten heeft gehad, maar uiteindelijk sprawl niet heeft kunnen voorkomen. Het tijdperk van de compacte stad is voorbij, Nederland is een land van de stedelijke netwerken geworden.

Betekent dit dat het Nederlandse verstedelijkingsbeleid van de afgelopen halve eeuw zinloos is geweest? Dat is zeker niet over de hele linie het geval. Allereerst is de herontwikkeling van binnenstedelijke ‘brownfields’ een robuuste bijdrage geweest aan de heropleving van de grote steden. Aan die steden zijn nieuwe woongebieden toegevoegd, doorgaans van hoge kwaliteit. Verkenningen van de toekomstige verstedelijkingsmogelijkheden van het PBL laten zien dat er binnen het stedelijk gebied ook in de toekomstige decennia ruimte is om een groot deel van de verstedelijkingsopgave op te vangen. Dat vraagt wel de nodige inspanningen van de overheid. In de huidige constellatie van de ruimtelijke ordening zijn dat vooral provincies en gemeenten, omdat de subsidiestroom van de rijksoverheid is opgedroogd.

De netwerk-verstedelijking heeft daarnaast gezorgd voor een differentiatie tussen de suburbane gebieden, allereerst bij de oudste categorie, de groeikernen. Sommige hebben zich ontwikkeld tot zelfstandige steden, andere zijn suburbane woongebieden gebleven. Sommige zijn het woondomein van ‘gearriveerde’ midden- en hogere inkomens, andere vooral van ‘stijgers’, huishoudens aan het begin van hun wooncarrière. Naar verwachting zal dat ook voor de Vinex-wijken gaan gelden.