Tussenstand van een aantal onderdelen uit het werkprogramma Schoon en Zuinig

14-11-2008 | Publicatie

De emissiereducties en het aandeel hernieuwbare energie in de jaren 2011 en 2020 zijn waarschijnlijk minder groot dan door het Kabinet voor de beleidsonderdelen verkeer en vervoer, broeikasgassen, en hernieuwbare energiebronnen in het werkprogramma Schoon en Zuinig wordt beoogd. Dit is vooral het gevolg van Europese en nationale beleidsontwikkelingen in het afgelopen jaar.

Tussentijdse evaluatie voortgang Schoon en Zuinig

In september 2007 hebben ECN en MNP een beoordeling gemaakt van de voor 2011 en 2020 te verwachten effecten van het kabinetsbeleid op het terrein van klimaat en energie (werkprogramma Schoon en Zuinig). Op verzoek van het ministerie van VROM hebben PBL en ECN tussentijds geƫvalueerd in hoeverre recente beleidsontwikkelingen en nieuwe inzichten aanleiding geven om de effectramingen uit deze beoordeling bij te stellen.

Dit rapport presenteert voor enkele belangrijke beleidsonderdelen (verkeer en vervoer, overige broeikasgassen, het Europese emissiehandelssysteem en hernieuwbare energie) de resultaten van deze evaluatie. Daaruit blijkt dat de verwachte emissiereducties en het aandeel hernieuwbare energie in de jaren 2011 en 2020 voor deze onderdelen waarschijnlijk minder groot zijn dan in het werkprogramma Schoon en Zuinig wordt beoogd. Dit is vooral het gevolg van Europese en nationale beleidsontwikkelingen in het afgelopen jaar.

Van het beleid dat betrekking heeft op energiebesparing, de gebouwde omgeving en de glastuinbouw is momenteel onvoldoende informatie beschikbaar om de toekomstige effecten, zoals geraamd in de beoordeling uit 2007, in kwantitatieve zin bij te stellen. Over de effecten van het werkprogramma Schoon en Zuinig als geheel worden geen uitspraken gedaan.