Verduurzaming van internationale handelsketens

12-11-2013 | Rapport

De marktaandelen van geïmporteerde producten die zijn voorzien van een duurzaamheidskeurmerk, zijn in Nederland in de afgelopen decennia substantieel gestegen. Maar er is geen eenduidig beeld van de bijdrage die dergelijke keurmerken daadwerkelijk leveren in productielanden, zowel waar het gaat om verbetering van arbeidsomstandigheden en inkomsten van boeren als wat betreft milieuomstandigheden en behoud van biodiversiteit. Er zijn wel voorbeelden van lokale positieve effecten, maar deze treden niet altijd en overal op. Dit is vooral afhankelijk van de lokale omstandigheden, zoals goed en stabiel bestuur en goede infrastructuur.

Ook zijn er grenzen aan wat te bereiken valt met het vrijwillig certificeren van handelsketens. Wil Nederland via handelsketens verder bijdragen aan duurzame ontwikkeling elders, dan kan de overheid verduurzaming niet alleen overlaten aan de voorhoede in een markt. In sommige markten kan het invoeren van verplichte duurzaamheidseisen gewenst zijn. Dit concludeert het PBL in een vandaag verschenen rapport, Verduurzaming van internationale handelsketens: voortgang, effecten en perspectieven.

Reacties op dit rapport

Het Kabinet heeft op verzoek van de Tweede Kamer een reactie opgesteld op de in dit rapport voorgestelde opties en acties. De directe aanleiding daarvoor was een vraag van het Tweede Kamerlid M. Thieme (Kamerstuk 33750-XVII nr.44). In de reactie wordt de analyse van het PBL op prijs gesteld. De reactie geeft vervolgens aan dat de meeste van de aangegeven acties al belegd zijn in het huidige kabinetsbeleid. Ook wordt een grotere inzet op de Europese markt voorgesteld, om samen met andere lidstaten verduurzaming van de Europese importhandel te stimuleren.Bij het verschijnen van het rapport zijn de handelingsopties bediscussieerd in een forum met vertegenwoordigers van de ministeries van Buitenlandse Zaken en Economische Zaken, Solidaridad, het Wereldnatuurfonds en het Initiatief voor Duurzame Handel (IDH). De meningen waren verdeeld, maar over een grotere rol voor de Europese Unie in het bevorderen van duurzame handel waren de partijen het eens.

De commissie Milieu, Energie en Verduurzaming (MEV) van ondernemersorganisatie VNO/NCW heeft later een gezamenlijke reactie opgesteld voor het ministerie van EZ. Daarin pleit men voor voortzetting van de huidige stimulerende rol van de overheid in Nederland. Daarnaast wordt gevraagd om tot een gelijk speelveld op de Europese markt te komen voor duurzaam geproduceerde grondstoffen.