Vergroening van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid: effecten op biodiversiteit in landbouwgebieden op EU schaal

18-08-2011 | Publicatie

De door de Europese Commissie voorgestelde ‘vergroening’ van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) remt de achteruitgang in biodiversiteit af, met name in regio’s met intensieve landbouw. Extensieve landbouwgebieden zijn meer gebaat met bescherming van de bestaande soortenrijkdom. Regionale differentiatie van beleid, afgestemd op de lokale omstandigheden, kan gunstiger resultaten opleveren.

Effecten op biodiversiteit van de ‘vergroening’ van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid

In 'The CAP towards 2020' (november 2010) en de 'EU biodiversity strategy to 2020' (mei 2011), doet de Europese Commissie een aantal generieke voorstellen voor vergroening van de inkomenssteun aan boeren. Het PBL heeft hiervan een scenario gemaakt, dat uitgaat van extra budget voor landbouwmilieu-maatregelen en ‘groene’ betalingen voor permanent grasland en ecologische braaklegging van vijf procent van het akkerbouwareaal. Door de maatregelen blijkt de soortenrijkdom in landbouwgebieden met drie procent toe te nemen, vergeleken met het huidige beleid. De effecten zijn het grootst in intensieve landbouwgebieden, die soortenarm zijn. Deze drie procent is een behoorlijke verbetering, vergeleken met bijvoorbeeld voorspelde trends voor boerenlandvogels in de periode 2014-2020. Echter, het zal niet voldoende zijn om de achteruitgang van de biodiversiteit te stoppen.

Figuur: kaart Europa met de relatieve soortenrijkdom op landbouwgrond, vergroeningsscenario, 2010; Door de maatregelen uit het vergroeningsscenario neemt de soortenrijkdom in landbouwgebieden met drie procent toe, vergeleken met het huidige beleid (PBL)

Effecten op productie en inkomen

Meer ruimte voor natuur in landbouwgebieden heeft als keerzijde dat de EU landbouwproductie daalt – in het doorgerekende scenario vermindert de grasproductie met twee procent en de graanproductie met vier procent. Dit kan betekenen dat de EU minder zelfvoorzienend wordt voor voedsel. Deze keerzijde kan worden verminderd door boeren toe te staan om minder productieve landbouwgronden en perceelranden te gebruiken voor de vergroeningsmaatregelen. Het gemiddelde inkomen voor boeren in de EU als geheel gaat niet achteruit ten gevolge van de opbrengstverliezen, omdat deze meer dan goed worden gemaakt door gelijktijdige stijgingen van de productprijzen. Wel zijn er behoorlijke regionale inkomensverschuivingen van intensieve naar extensieve landbouwgebieden. In het huidige GLB is inkomenssteun verbonden aan historische productie, wat gunstig is voor intensieve landbouwgebieden. De voorgestelde vergroening verbindt het budget in sterkere mate aan extensieve landbouwpraktijken.

Verbeteren resultaten met lokaal afgestemd beleid

Regio-specifiek landbouwbeleid werkt waarschijnlijk beter dan generieke maatregelen, gezien de grote variatie tussen EU regio’s qua landbouwstructuur, inkomens, intensiteit van de bedrijfsvoering en soortenrijkdom, en de uiteenlopende effecten van toekomstige beleidsveranderingen. De effectiviteit voor biodiversiteit kan worden vergroot door boeren te stimuleren ecologische braakligging zo in te richten dat een regionale ‘groene infrastructuur’ ontstaat waarlangs soorten kunnen migreren.