Logo van het Planbureau voor de Leefomgeving
Naar het hoofdmenuNaar de hoofdinhoud

Verkenning mogelijke maatregelen voor Lokale Klimaatagenda

Rapport | 19-03-2013
Foto van een woning in aanbouw

Voor de uitvoering van de Lokale Klimaatagenda ‘Werk maken van klimaat’ kunnen verschillende beleidsmaatregelen worden ingezet. De maatregelen die betrekking hebben op energiebesparing binnen de bestaande gebouwde omgeving hebben een substantieel positief effect op de CO2-emissies en op de werkgelegenheid. In de meeste gevallen kunnen de benodigde investeringskosten na verloop van jaren worden terugverdiend door besparing op de energierekening.

Verkende kosteneffectieve beleidsmaatregelen

Het PBL (Planbureau voor de Leefomgeving) en het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) hebben de effecten in 2020 geraamd van een achttal beleidsmaatregelen op hernieuwbare energie, energiebesparing, CO2-reductie, kosten voor de overheid, werkgelegenheid en woonlasten. Het doel was om ten behoeve van de Lokale Klimaatagenda ‘Werk maken van klimaat’ een aantal kosteneffectieve beleidsmaatregelen te identificeren. Deze Klimaatagenda is een gezamenlijke agenda van zowel vertegenwoordigers van decentrale overheden als van het Rijk.

De beleidsmaatregelen waarvan de effecten zijn geraamd:

  1. Salderen - het tegen elkaar wegstrepen van stroom die van het net is afgenomen en stroom die aan het net is geleverd - van het individuele gebruik van zonnestroom door leden van Verenigingen van Eigenaren en huurders van meergezinswoningen en/of invoeren van een verlaagd energiebelastingtarief voor leden van coöperaties,
  2. Differentiëren van de onroerendzaakbelasting en/of het eigenwoningforfait op basis van het energielabel van woningen,
  3. Subsidiëren van loonkosten voor energiebesparende maatregelen in woningen,
  4. Differentiëren van maximale huurprijs op basis van het energielabel als alternatief voor het huidige puntensysteem voor huurwoningen,
  5. Intensiveren handhaving en toezicht Wet Milieubeheer,
  6. Verplicht (bijna) energieneutraal bouwen vanaf 2015,
  7. Energiebesparingsfonds van 200 miljoen euro,
  8. Windenergie op bouwrijpe kavels van gemeenten.

Positieve effecten op CO2-emissie en werkgelegenheid

Uit de verkenning blijkt dat met name de beleidsmaatregelen die gericht zijn op energiebesparing in de bestaande woning- en utiliteitsbouw (beleidsmaatregelen 2, 3, 4, 5 en 7) een substantieel positief effect kunnen hebben op de CO2-emissie, maar ook op de werkgelegenheid. Beleidsmaatregel 6, die gericht is op energieneutrale nieuwbouw vanaf 2015, heeft daarop vanwege het relatief geringe bouwvolume in de periode tot 2020 een kleiner effect, maar kan wel bijdragen aan het in gang zetten van innovaties en procesverbeteringen die ten goede kunnen komen aan energetische verbetering van de bestaande bouw.

Kosten voor overheden afhankelijk van keuze maatregelen

In hoeverre de beleidsmaatregelen leiden tot kosten voor de centrale en/of decentrale overheden is afhankelijk van de vormgeving: subsidies (maatregelen 1 en 3) leiden uiteraard tot overheidskosten, terwijl belasting- en huurprijsdifferentiatie op basis van het energielabel (maatregelen 2 en 4) en verplichtingen (maatregelen 5 en 6) leiden tot investeringskosten die voor rekening zijn van de eigenaren van de woningen of gebouwen. In de meeste gevallen kunnen deze investeringskosten na verloop van jaren echter worden terugverdiend door besparing op de energierekening. Het energiebesparingsfonds (maatregel 7) kan helpen om eventuele knelpunten met de financiering van de benodigde investeringen weg te nemen. Als het fonds een revolverend (oftewel ronddraaiend) karakter heeft dan vloeit het uitgeleende geld uiteindelijk weer met rente terug in het fonds. Als het budget daarentegen gebruikt wordt voor rentekorting bij een commerciële financier, dan kan het geld slechts eenmalig worden uitgegeven.

Auteur(s)Hans Elzenga; Casper Tigchelaar; Marijke Menkveld; Sander Lensink
Rapportnr.1004
Publicatiedatum19-03-2013
Pagina's31
TaalNederlands