Logo van het Planbureau voor de Leefomgeving
Naar het hoofdmenuNaar de hoofdinhoud

De ruimtelijke impact van hernieuwbare energie: een verkenning

Overig type | 27-06-2013
foto windturbine en olie opslagtanks

De ruimtelijke kant van hernieuwbare energie is in de beleidsvorming relatief onderbelicht. Daarom heeft het PBL (Planbureau voor de Leefomgeving) in deze notitie voor het ministerie van Infrastructuur en Milieu gekeken naar de ruimtelijke aspecten van de verschillende hernieuwbare energietechnieken en hoe deze in de praktijk worden vormgegeven. Welke veranderingen zijn in de ruimtelijke inrichting nodig om de energietransitie te realiseren en zo mogelijk te versnellen?

Hernieuwbare energie vraagt tijd en ruimte

Er is behalve haast ook nog ruimte nodig om in 2020 de 16% doelstelling te halen voor het aandeel hernieuwbare energie. Honderden windturbines, geothermieputten en biovergisters moeten een plek krijgen. Voor elk project moet de relatie met de omgeving bekeken worden. Kan het hier wel? Dat blijkt lang niet altijd vanzelfsprekend. Procedures schieten soms te kort, mensen verweren zich tegen de aantasting van het landschap, of netwerken blijken nog niet beschikbaar. Omgekeerd zijn de ruimtelijk gemakkelijkere opties vaak duur (windturbines op zee) of beperkt in bijdrage (zonnepanelen) of minder verstandig op langere termijn (bijstook van biomassa in kolencentrales).

Kosten en ruimte samen afwegen

Een eenzijdige afweging van kwesties rond hernieuwbare energie is niet optimaal; dus bij voorkeur geen aanpak door alleen op de kosten te letten of alleen op de ruimtelijke aspecten of enkel door naar de technologische innovatie te kijken. Al deze elementen, en mogelijk nog andere, zijn tegelijkertijd van belang en moeten daarom bij een afweging aan bod komen.

Een eenzijdige, sectorale benadering leidt bij de aspecten die niet worden meegenomen tot grotere onzekerheid, extra kosten of knelpunten. Het zonder pardon neerzetten van windmolens kan door grote weerstand tot juist lange en dure inpassingstrajecten leiden. Dit zijn negatieve prikkels voor investeringsbeslissingen voor hernieuwbare energie en kunnen daardoor tot extra vertraging leiden.

De ruimte is ook de plek waar verschillende opgaven bij elkaar komen en moeten worden afgewogen. Die plek kan worden benut om over te stappen van een puur sectorale benadering van de energietransitie naar een meer integrale benadering. Als dat slim gebeurt is ook tijdwinst te boeken. Naarmate de tijd vordert wordt het scheppen van voorwaarden voor een integrale aanpak steeds urgenter, niet alleen voor 2020 maar ook voor de langere termijn, richting 2050.

Auteur(s)Anton van Hoorn en Jan Matthijsen
Publicatiedatum28-06-2013