PBL-Analyse beleidsopties voor stikstof en natuur

De uitspraak van de Raad van State in mei 2019 over het Programma Aanpak Stikstof (PAS) heeft tot beperking van economische activiteiten en tot maatschappelijke onrust geleid. Op verzoek van het kabinet heeft het PBL in samenwerking met het RIVM, TNO en CE Delft geanalyseerd wat de te verwachten effecten zijn van zestien door het kabinet aangedragen opties om de emissies van stikstof naar de lucht te beteugelen. Daarbij gaat het zowel om stikstofoxiden als om ammoniak. De maatregelen hebben betrekking op landbouw, mobiliteit en overige sectoren.

Effecten van aanvullende bronmaatregelen op de depositie van stikstof in natuurgebieden

Uit de analyse blijkt dat volledige uitvoering van het totale onderzochte pakket maatregelen in 2030 tot een reductie van de stikstofdepositie op stikstofgevoelige natuur in Natura 2000-gebieden kan leiden, met gemiddeld een geschatte globale bandbreedte van 125 tot 180 mol stikstof per hectare per jaar. Op 24 april 2020 schreef het kabinet in zijn brief 'Voortgang stikstofproblematiek: structurele aanpak' dat het beoogt om in 2030 een reductie van tussen 100 en 120 mol per hectare per jaar in 2030 te realiseren. De doelstelling van het kabinet ligt daarmee binnen de range van de door de kennisinstituten ingeschatte effectiviteit van het pakket van zestien aanvullende maatregelen.

Overigens komt deze depositiereductie bovenop een daling van circa 120 mol stikstof per hectare per jaar die tussen 2018 en 2030 verwacht wordt door de emissiedalingen in het zogenoemde basispad (inclusief bestaand beleid).

Vergunningverlening niet onder de loep genomen


De vandaag verschenen notitie doet nadrukkelijk géén uitspraken over de te verwachten effecten van de voorgestelde maatregelen op de mogelijkheden voor vergunningverlening. De analyse gaat evenmin in op de effecten van de stikstofbronmaatregelen op de verbetering van de natuurkwaliteit.

Invloed coronacrisis op analyse


Hoewel het PBL de komende jaren al (ingroei)effecten van de verschillende maatregelen verwacht, zijn deze onzeker tegen de achtergrond van de coronacrisis. Om die reden is in de notitie grote terughoudendheid betracht bij het presenteren van effecten voor dichtbij gelegen zichtjaren. De implementatie van de maatregelen vergt immers veel van degenen die het uiteindelijk moeten doen: de boeren, de ondernemers en werknemers in de bouw, industrie, binnenvaart en zeescheepvaart. Het is hierbij voor mensen (ondernemers) vaak van belang of er een adequaat verdienmodel is. Dit is een essentiële prikkel om te investeren in maatregelen, omdat dan de kans immers reëel wordt dat zij hun investeringen kunnen terugverdienen.

Vooralsnog verwacht het PBL dat de geschatte effecten in 2030 realiseerbaar zijn. Echter, hoe langer de crisis duurt en hoe dieper de daardoor veroorzaakte recessie uitpakt, hoe groter de kans is dat de impact ook in de effecten op de langere termijn (richting 2030) zal doorwerken. Dit valt nu nog niet te voorspellen.

Een moderne veehouderij bij het Natura 2000-gebied Oostelijke Vechtplassen

Nadere toelichting


De analyse richt zich op het bepalen van het potentieel van de door het Kabinet aangedragen maatregelen, bij een volledige uitvoering (ook door maatschappelijke partijen) van de betreffende maatregelen in 2030. De notitie geeft een analyse van de effecten van potentiële maatregelen voor wat betreft de stikstofdepositie op stikstofgevoelige natuur in Natura 2000-gebieden en op economische kentallen als kosten en kosteneffectiviteit.

Gerelateerd

Over het onderwerp:

Stikstof en natuur

Het PBL ondersteunt de zoektocht naar een uitweg uit de stikstofproblematiek met evaluaties, beleidsstudies en verkenningen.

Meer over stikstof en natuur