Logo van het Planbureau voor de Leefomgeving
Naar het hoofdmenuNaar de subnavigatieNaar de hoofdinhoud

Topsectorenbeleid: regionaal maatwerk en ruimtelijk-economische visie nodig

Nieuwsbericht | 07-03-2012

Het topsectorenbeleid in Nederland is gebaat bij regio- en sectorspecifiek maatwerk. Zo moet de regio groot-Amsterdam vooral inzetten op metropoolvorming; de regio Rotterdam-Den Haag op internationale bereikbaarheid en kennis en de regio Eindhoven op verdere versterking van het cluster high tech systems and materials. Naast dit regionaal maatwerk is een nationale ruimtelijk-economische visie nodig voor de nationale en internationale bereikbaarheid van deze drie topregio’s.

Dit zijn twee van de conclusies uit de studie ‘De internationale concurrentiekracht van de topsectoren’ van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), die vandaag is aangeboden aan secretaris-generaal Chris Buijink van EL&I.

 Directeur PBL Maarten Hajer overhandigt de publicatie aan de heer C. Buijink, secretaris-generaal van het ministerie van EL&I

Topsectorenbeleid

Het verbeteren van de economische concurrentiekracht van Nederland is één van de topprioriteiten van het kabinet-Rutte. Centraal in dit kabinetsbeleid staan de zogeheten topsectoren. Bij het verbeteren van de concurrentiepositie van de topsectoren en het versterken van het concurrentievermogen van Nederland hoort een investeringsagenda. Tien door het kabinet ingestelde topteams hebben hiertoe actieagenda’s uitgewerkt per topsector. Met deze studie biedt het PBL het kabinet een onderbouwde aanvulling op die actieagenda’s. Het PBL doet dit op basis van een internationaal vergelijkend onderzoek naar de kwaliteit van de belangrijkste vestigingsplaatsfactoren in 256 Europese regio’s. Hieruit volgen de concurrentiefactoren die de topsectoren in ieder geval op orde moeten hebben om de concurrentiestrijd aan te kunnen. Uit de PBL-studie blijkt nadrukkelijk dat per regio maatwerk geboden is: per topsector en per regio gaat het om andere kenmerken die belangrijk zijn voor een goede concurrentiepositie. De door het PBL aanbevolen nationale ruimtelijk-economische visie gaat uit van dit maatwerk en bekrachtigt tevens dat het nationale geheel meer moet zijn dan de som der regio’s.

Topsectoren zijn sterk verbonden aan enkele regio’s

In drie provincies, te weten: Noord-Holland, Zuid-Holland en Noord-Brabant, wordt in totaal meer dan 55 procent van de export van de topsectoren gegenereerd. Ook komt meer dan 70 procent van de buitenlandse investeringen hier terecht. In Nederland zijn dit de regio’s waarin de topsectoren excelleren. Zo staan Zuid-Holland, Noord-Holland en Noord-Brabant alle drie afzonderlijk in de top 5 van de Europese concurrentieladder met de topsector agrofood. Hetzelfde geldt voor de sector chemie in Zuid-Holland en Noord-Brabant, en energie en logistiek in Noord- en Zuid-Holland. De sector high tech systems and materials in de regio Eindhoven behoort tot de Europese subtop.

Nationale visie voor optimale bovenregionale afstemming

Nederlandse regio’s missen agglomeratiekracht in vergelijking met hun Europese concurrenten. Het creëren van meer massa en dichtheid om de concurrentiepositie van de topsectoren te versterken is een strategie die zinvol is voor de regio groot-Amsterdam. Deze strategie zou kunnen worden uitgewerkt door de bestaande stedelijke structuur van de Amsterdamse regio selectief te verdichten. Naast deze strategie beveelt het PBL dan ook een ruimtelijk-economische visie aan, waarin een excellent netwerk tussen de topregio’s wordt gecreëerd, dat dit tekort aan agglomeratiekracht in Nederland kan compenseren. Deze nationale strategie vergt onder meer investeringen in cruciale verbindingen: Schiphol, als spin in een internationaal netwerk van mondiale grootstedelijke regio’s, en de ‘Triple A’ (A2, A4 en A12) om de Nederlandse topregio’s met elkaar te verbinden.

Contact

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Persvoorlichting (070-3288688 of persvoorlichting@pbl.nl).