Planbureau voor de Leefomgeving

Sterke groei mondiale CO2-uitstoot in 2010, ondanks reducties door industrielanden

Persbericht | 21-09-2011

De wereldwijde uitstoot van koolstofdioxide (CO2) is tussen 1990 en 2010 met 45% toegenomen. Tegelijkertijd daalde de uitstoot in geïndustrialiseerde landen met 7,5%. Dit staat in het vandaag verschenen rapport Long-term trend in global CO2 emissions van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het Joint Research Centre (JRC) van de Europese Commissie.

Meer energie-efficiëntie, kernenergie en het groeiende aandeel van hernieuwbare energie kunnen de toenemende emissies van broeikasgassen niet compenseren. Deze emissies zijn het gevolg van de wereldwijd groeiende vraag naar elektriciteit en transport en is het grootst in de ontwikkelingslanden.

Deze cijfers zijn vandaag gepubliceerd in het rapport Long-term trend in global CO2 emissions, dat is opgesteld door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het Joint Research Centre (JRC) van de Europese Commissie. Daarbij is gebruik gemaakt van de Emission Database for Global Atmospheric Research (EDGAR) en de nieuwste statistieken voor energiegebruik en andere activiteiten.

Industrielanden gezamenlijk op koers voor halen Kyoto-doel

Het rapport laat zien dat met de huidige trend de industrielanden hun gezamenlijke Kyoto-doel van 5,2 procent reductie in 2012 waarschijnlijk halen. Dit is inclusief het oorspronkelijke doel voor de Verenigde Staten, die het protocol niet geratificeerd hebben. Het doel kan bereikt worden mede dankzij de afname van de uitstoot in de Oost-Europese landen, die in de jaren negentig van de vorige eeuw een transitie-economie kenden, en recente reducties door de recessie in 2008-2009.

CO2-uitstoot tussen 1990-2010

In de periode 1990-2010 zijn daalde de CO2-uitstoot in de Europese Unie met 7%; in Rusland 28%; bleef hij in Japan gelijk en nam hij in de VS toe met 5%. Het aandeel van de industrielanden in de mondiale CO2-uitstoot is sinds 1990 gedaald van tweederde tot minder dan de helft. De wereldwijde uitstoot van CO2 is tussen 1990-2010 toegenomen tot een absoluut record van 33 miljard ton.

Emissie koolstofdioxide door gebruik fossiele brandstoffen en cementproductie

CO2-uitstoot en de recessie 

Het jaar 2010 kent een recordtoename van 5,8% in de mondiale CO2-uitstoot ten opzicte van 2009. In 2009 was er een afname van de uitstoot als gevolg van de recessie. Ten opzichte van 2008, het jaar voor de kredietcrisis, is de uitstoot in 2010 met 4,3% toegenomen. De aanhoudende economische groei in ontwikkelingslanden en het economische herstel in de geïndustrialiseerde landen zijn de voornaamste redenen voor de mondiale recordtoename.

In 2010 is de uitstoot ten opzichte van 2009 in de meeste grote economieën toegenomen. De grootste stijgers zijn China met 10%, India met 9%, de VS met 4% en de EU-27 met 3%. De uitstoot van de meeste industrielanden in 2010 ligt echter nog onder het niveau van voor de recessie.

In absolute cijfers wordt de uitstoot van de EU-27 landen in 2010 nu geschat op 4,0 miljard ton, terwijl die in 2007 4,2 miljard ton was.

Sectoren met continue mondiale CO2-groei

De aanhoudende groei in mondiale CO2-emissies wordt gedreven door de groei van elektriciteitsproductie en wegvervoer in zowel de geïndustrialiseerde als in ontwikkelingslanden. Beide sectoren kennen wereldwijd dezelfde consistente groeicijfers: tussen de 2,5 en 5 procent per jaar. Mondiaal dragen ze respectievelijk 40 en 15 procent bij aan de totale huidige uitstoot.

Grote verschillen in uitstoot per persoon

Op dit moment is de uitstoot van de Verenigde Staten 16,9 ton CO2 per persoon per jaar, meer dan tweemaal zoveel als de 8,1 ton CO2-uitstoot per persoon in de EU-27. De huidige uitstoot van China van 6,8 ton per persoon is lager dan het gemiddelde van de EU-27, maar gelijk aan bijvoorbeeld de CO2-uitstoot per persoon in Italië. Daarnaast zijn er grote verschillen in de uitstoot per persoon tussen de regio’s binnen deze landen.

Klimaatbeleid 

In de Kyoto Protocol-periode hebben de industrielanden zich ingespannen om veranderingen in hun mix van energiebronnen tot stand te brengen. Zo is in die landen de productie van elektriciteit door kerncentrales sinds 1990 met bijna 30% toegenomen en die van hernieuwbare energie met ruim 40%. Het aandeel van kernenergie in de totale energieproductie is sinds 1990 in die landen van 8 tot 9 procent gestegen en het aandeel van hernieuwbare energie (vooral van waterkracht) van 6,5 tot 8 procent. Ook hebben verschillende industrielanden een verschuiving gemaakt naar minder koolstofintensieve fossiele brandstoffen, dat wil zeggen van kolen en olie naar gas, waarvan het aandeel met 4% is toegenomen. Tot slot is er vooruitgang geboekt in energiebesparing door bijvoorbeeld isolatie van gebouwen, energie-efficiëntere consumentenartikelen en een grotere brandstofefficiëntie.

Het PBL/JRC rapport toont dat de historische en huidige capaciteitsgroei van hernieuwbare energie en kernenergie de toenemende emissies van broeikasgassen als gevolg van de wereldwijd groeiende vraag naar elektriciteit en transport nog niet kan compenseren. Inspanningen om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen, zoals de landen in het VN Klimaatverdrag, het Bali Actieplan en de Cancun-overeenkomsten hebben vastgelegd, zouden zich op dit laatste moeten richten.

--------------------------------------------------------------------------------

Over het Joint Research Centre (JRC) 

Het Joint Research Centre (JRC) heeft tot taak behoeftegerichte wetenschappelijke en technische ondersteuning te leveren voor het uitstippelen, ontwikkelen, uitvoeren en volgen van het beleid van de Europese Unie. Het JRC is een dienst van de Europese Commissie en fungeert als referentiecentrum op het gebied van wetenschap en technologie voor de Gemeenschap.

Het Emission Database for Global Atmospheric Research (EDGAR) project maakt gebruik van de nieuwste wetenschappelijke informatie en data van internationale statistieken over energieproductie en -gebruik, industriële productie, landbouw en veeteelt, afvalbehandeling en -verwijdering en grootschalige verbranding van biomassa zoals bosbranden om voor alle landen van de wereld op een vergelijkbare en consistente wijze de uitstoot van broeikasgassen en luchtvervuilende stoffen te kunnen berekenen. EDGAR is ook uniek omdat het een historisch perspectief biedt van de emissies voor de periode van 20 jaar voor 1990, het basisjaar voor het Kyoto Protocol.

Meer informatie

Voor vragen aan de afdeling persvoorlichting: persvoorlichting@pbl.nl of 070 3288 688.