Logo van het Planbureau voor de Leefomgeving
Naar het hoofdmenuNaar de hoofdinhoud

Column Pieter Boot - ‘2016: een jaar van keuzes’

Overig type | 17-12-2015

Op de valreep naar het nieuwe jaar is de Klimaatconferentie in Parijs succesvol afgelopen, heeft de Tweede Kamer zich uitgesproken voor sluiting van kolencentrales, is een voorontwerp voor een Klimaatwet gepresenteerd en hebben de partners in het Energieakkoord zich gebogen over aanvullende maatregelen. Het Energierapport wacht nog tot onder de kerstboom. Wat betekent dit voor het energiebeleid in 2016? Het vraagt om keuzes.

De eerste is of het lukt nu echt in te zetten op een langetermijnbeleid en op welk baken dat af zou koersen. We kennen het Energierapport nog niet, maar het ligt voor de hand te veronderstellen dat dit zich voorzichtig voor een doel van minimaal 80% reductie van broeikasgasemissies (BKG) zal uitspreken. In de Energiedialoog moet dan besproken worden of we dit echt willen en hoe dat globaal bereikt kan worden. Het zou jammer zijn als daar een vol jaar voor uitgetrokken zou worden, want het RLI-advies heeft de marsroute al beschreven: je focust op de meest urgente bedreiging (klimaatverandering) en geeft aan dat meerdere beleidsinstrumenten nodig zijn om de energietransitie in al zijn facetten te realiseren. We zeggen daarmee ook betaalbaarheid en betrouwbaarheid op orde te vinden, waarbij de energietransitie deze niet nodeloos in gevaar mag brengen.

Terra incognita

Wat moeten we daarin aan met de elektriciteitsvoorziening? De RLI en velen met hen hopen op een doeltreffende aanpak door de Europese emissiehandel. Anderen geloven niet meer dat dit snel tot stand zal komen: de prijs blijft te laag en Polen wil dat graag zo houden. Omdat de elektriciteitsvoorziening  het hart van ons energiesysteem gaat vormen (de noodzakelijke flexibiliteit vanwege meer wind en zon vraagt om interactie met warmte en transport, en de decarbonisatie zal er rond 2035 grotendeels voltooid moeten zijn), kunnen we ons niet  veroorloven dit een terra incognita te laten zijn. De keuze is dus of we blijven veronderstellen dat het emissiehandelssysteem de BKG-reductie oplevert, of dat we het daarnaast als een nationale infrastructuur zien. Ik zou voor het laatste kiezen. In dat geval is aanvullend nationaal beleid nodig, zoals Engeland al jaren geleden geconcludeerd heeft.

Krampachtig

Zo komen we bij de kolencentrales. De Tweede Kamer wil er vanaf, maar heeft open gelaten wanneer. Wanneer het elektriciteitssysteem rond 2035 schoon moet zijn, passen ze daar in elk geval niet meer in. Het kabinet wil hierover zelf nog een besluit nemen. Het ligt voor de hand hier ook onze ligging bij te betrekken. Van de 10 meest vervuilende Europese elektriciteitscentrales staan er 6 in Duitsland. De nieuwe Nederlandse kolencentrales zijn deels voor de export gebouwd en gaan volgens de Nationale Energieverkenning na 2020 ook die rol spelen. Duitsland weet niet goed raad met zijn kolencentrales. Een intelligent plan om de oudste centrales te belasten, op een wijze die paste in de emissiehandel, is deze zomer gesneefd. Regio’s houden krampachtig vast aan bruinkoolmijnbouw. Versnelde sluiting van kolencentrales is daar vooralsnog een brug te ver. We moeten ons dat realiseren. Maar ook daar komt het debat door de uitkomst van de Klimaatconferentie opnieuw op de agenda. We kunnen de sluiting alleen zinvol samen aanpakken. Met de Kamermotie in de achterzak is een indringend gesprek met Duitsland nodig. Het oude idee dat Nederland behulpzaam zou kunnen zijn bij de flexibiliteit van het Duitse elektriciteitssysteem is nog steeds zinvol.

Biomassabijstook

De RLI had geadviseerd het langetermijndoel wettelijk vast te leggen, om continuïteit van beleid te bevorderen. Dat werkt natuurlijk alleen als ook echt gemikt wordt op politiek brede ondersteuning van de aanpak. In andere landen is dat mogelijk gebleken. Het is te hopen dat de uitwerking van het voornontwerp van de PvdA-Groen Links Klimaatwet ook echt op zo’n brede coalitie inzet. Ik vermoed dat dit een grotere kans van slagen heeft als het zich – zoals in het Verenigd Koninkrijk – concentreert op de broeikasgasreductie. Dat zal heel veel hernieuwbare energie opleveren, maar het hoeft geen 100% te zijn.

In de stapsgewijze openstelling van de SDE+ komt volgend jaar de rol van biomassabijstook aan de orde. Als daar meerjarige subsidie voor verstrekt wordt, is het debat over sluiting van kolencentrales wel erg academisch geworden. Beter zou het zijn eerst dat langetermijnbeeld te schetsen en daarna pas te bezien in welke mate  we de bijstook van biomassa willen ondersteunen. Desnoods komen we dan even op wat minder hernieuwbare energie uit: als Nederland een langetermijndoel van reductie van BKG wettelijk vastlegt, is in Brussel wel uit te leggen dat het aandeel hernieuwbaar daarvan een afgeleide is. En hoeveel innovaties en demonstratieprojecten zou je kunnen stimuleren met het geld dat niet naar biomassabijstook zou gaan!

Keuzes zijn moeilijk, maar nodig. De klimaattop in Parijs heeft een nieuwe impuls gegeven. Laten we hopen dat het in 2016 lukt.

Auteur(s)Pieter Boot
Publicatiedatum17-12-2015