Logo van het Planbureau voor de Leefomgeving
Naar het hoofdmenuNaar de hoofdinhoud

Verkenning van klimaatdoelen. Van lange termijn beelden naar korte termijn actie

Rapport | 08-10-2017

Ter ondersteuning van de uitwerking van de door de Rijksoverheid geformuleerde Energieagenda verkent deze studie de transitiepaden voor de door het beleid geformuleerde functionaliteiten: kracht en licht, lage en hoge  temperatuur warmte, mobiliteit en voedsel en natuur.

Beelden van een emissiearm Nederland in 2050

De gekozen aanpak is back-casting. Daarbij worden technische maatregelenpakketten voor 2050 geïdentificeerd waarmee Nederland de uitstoot van broeikasgassen met 80 of 95 procent kan terugbrengen. Deze studie gaat in op de belangrijkste patronen en robuuste elementen.

Robuuste opties in de 2050-beelden

In de studie komen elektrificatie en een grote rol daarbij van windenergie op zee, verbetering van de energie-efficiëntie en de toepassing van afvang en opslag van koolstof (CCS) als robuuste elementen naar voren. CCS wordt ingezet met name in de industrie en bij de productie van groene brandstoffen. Kernenergie lijkt qua kosteneffectiviteit niet veel uit te maken – hoewel de onzekerheden in de kosten op dat punt nadere analyse behoeven – maar vermindert wel de noodzaak tot inzet van hernieuwbare energie enigszins.

Broeikasgasmissies in 2030

Uitgaande van de maatregelenpakketten voor 2050 is geanalyseerd wat dit voor de broeikasgasemissies van de functionaliteiten in 2030 betekent. Kernpunt van de studie is echter dat een specifieke emissiereductie in 2030 niet de enig relevante factor is voor de transitie naar een emissiearme samenleving. Het gaat om een samenhangend geheel van activiteiten waarin zowel emissiereductie op de korte termijn nodig is als voorbereiding op stappen van belang voor vergaande emissiereductie op de lange termijn.

Acties en maatregelen voor de korte termijn

Voor de verschillende functionaliteiten is beschouwd wat op de korte termijn kan worden gedaan om de weg naar een emissiearm Nederland in te slaan. Daarnaast is gekeken naar een drietal aanbodsectoren van energie, de elektriciteitsvoorziening, waterstof en groene brandstoffen. Onderscheiden worden drie fasen. De ontwikkelfase richt zich op innovaties, onderzoek en wetgeving waarmee grootschalige toepassing van nieuw energieoplossingen worden voorbereid. De tweede fase richt zich op het versnellen van opschaling op een kostenefficiënte manier. In een derde fase moet Nederland overgaan op grootschalige invoering om tot serieuze emissiereductie te komen.

Auteur(s)Jan Ros; Bert Daniëls
Rapportnr.2966
Publicatiedatum09-10-2017
Pagina's112
TaalNederlands