Multifunctioneel landgebruik vraagt om vaststellen grenzen

04-06-2020 | Nieuwsbericht

PBL-collega Saskia van Broekhoven promoveerde op 4 juni aan de Erasmus Universiteit Rotterdam op het onderwerp multifunctioneel landgebruik. Het Dakpark in Rotterdam is hiervan een bijvoorbeeld en laat zien hoe we in Nederland met schaarste aan ruimte kunnen omgaan. Door het combineren van klimaatadaptatie, landbouw, natuur en woningbouw wordt land bovendien veel duurzamer gebruikt, maar dit soort integrale initiatieven is niet eenvoudig te realiseren. Van Broekhoven onderzocht in haar promotieonderzoek waarom dit zo is en doet aanbevelingen om vaker tot realisatie te komen.

Het Rotterdamse Dakpark is een goed voorbeeld van multifunctioneel landgebruik. Het is een wijkpark dat is aangelegd op het dak van een commerciële winkelboulevard, naast een bestaande dijk en energie-infrastructuur. Het is gebouwd op een voormalig spoorwegemplacement en combineert verschillende ruimteclaims vanuit onder andere bewoners en gemeente op dit vrijkomende gebied.

Bestuurlijke uitdagingen ondanks steun

Dergelijk integraal ruimtegebruik waar functies als waterbeheer, natuurontwikkeling, recreatie en wijkontwikkeling gecombineerd worden, kan synergieën tussen functies creëren en tegelijk ecologische, economische en sociale diensten leveren.

Hoewel er dus veel potentiële baten zijn en de initiatieven vaak veel steun krijgen, laat dit onderzoek zien dat ze niet eenvoudig te realiseren zijn. De veelvoud van actoren, sectoren en publieke en private partijen betrokken bij verschillende functies brengt belangrijke bestuurlijke uitdagingen met zich mee.

Niet alleen overbruggen maar ook grenzen trekken

Een grote uitdaging is dat de betrokken partijen over sociale, cognitieve en fysieke grenzen moeten werken. Bijvoorbeeld over grenzen tussen beleidssectoren, maar ook op het gebied van ideeën en taken. Van Broekhoven analyseert hoe grenzen niet alleen overbrugd worden, maar ook getrokken, betwist, verdedigd en onderhandeld worden in het proces om multifunctionele initiatieven te realiseren.

Hoewel grenzen vaak gezien worden als problematisch voor samenwerking, is een belangrijke en intrigerende conclusie van dit onderzoek dat - naast strategieën om grenzen te overbruggen - ook het trekken van grenzen behulpzaam kan zijn om effectieve integratie te realiseren. Van Broekhoven vindt 4 patronen: 'Ten eerste, om grenzen te overbruggen moeten ze eerst getrokken, versterkt en geduid worden. Zo wordt respect en begrip voor elkaar ontwikkeld. Daarbij moet de verbinding worden gemaakt waar mogelijk.' Ook na een periode van overbruggen en veranderen van grenzen kan het opnieuw trekken van grenzen helpen om het proces hanteerbaar te houden, veiligheid te creëren en autonomie te behouden.

Grenzen betwisten gaat gepaard met conflict

'Tegelijk moeten grenzen vaak betwist en veranderd worden om integratie te realiseren. Actoren kunnen en moeten verwachten dat dit gepaard zal gaan met conflicten en interne discussie', betoogt Van Broekhoven. 'Tot slot is het van belang om zowel de sociale, cognitieve als fysieke dimensie van grenzen te adresseren in integrale initiatieven.' Kortom, aandacht voor het organiseren van grenzen is belangrijk om de baten van integraal landgebruik te kunnen realiseren.

Het promotie-onderzoek van Van Broekhoven biedt inzicht in strategieën om het combineren van landgebruiksfuncties beter te realiseren en draagt bij aan het PBL-onderzoek naar de governance van complexe multi-actor en multi-level processen, bijvoorbeeld bij de Lerende Evaluatie van het interbestuurlijk programma Vitaal Platteland en het kennisprogramma ten behoeve van de Regio Deals Brede Welvaart.

Het proefschrift, getiteld ‘Boundaries in Action. Managing boundaries in integrative land use initiatives’, is beschikbaar via de Erasmus Universiteit Rotterdam.