Logo van het Planbureau voor de Leefomgeving
Naar het hoofdmenuNaar de hoofdinhoud

PBL in Incheon: over de totstandkoming van het IPCC-rapport

Blog | 09-10-2018

Na een buitengewoon spannende marathonsessie werd afgelopen zaterdagmiddag in het Zuid-Koreaanse Incheon de ‘samenvatting voor beleidsmakers’ of ‘Summary for Policymakers (SPM)’ van het IPCC-rapport goedgekeurd. In dit rapport is alle kennis bijeengebracht over wat er nodig is om de opwarming van de aarde tot maximaal 1,5 graden te beperken. Hiertoe hebben 195 landen zes dagen lang bijna dag en nacht vergaderd, aangezien die goedkeuring regel voor regel plaatsvindt. Het PBL, samen met het KNMI en het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK), maakte deel uit van de delegatie die vorige week in Korea ons land vertegenwoordigde.

Panel bij IPCC meeting

Het IPCC-rapport is van belang omdat het wetenschappelijke input vormt bij de verdere discussie (en mogelijke aanscherping) van de afspraken die in 2015 in het klimaatverdrag van Parijs zijn vastgelegd. De eerstvolgende gelegenheid waar die aanscherping ter discussie staat is in de eerste helft van december, tijdens de 24ste ‘Conference of the Parties’ in Katowice, Polen (COP24).

Drie inzichten

Het rapport komt met drie belangrijke inzichten op basis van reeds bestaande literatuur.

Ten eerste laat het zien dat het technisch en economisch nog steeds mogelijk is binnen die 1,5 graden opwarming te blijven, mits we op korte termijn de mondiale uitstoot van broeikasgassen drastisch beperken: dat wil zeggen tot netto nul in 2050 voor CO2, en voor alle broeikasgassen in 2070. Het rapport laat zien dat deze transitie naar koolstofneutraliteit gebaseerd moet zijn op een grote verandering in consumptie- en productiepatronen, op verbetering van energie-efficiëntie op basis van duurzame energie en grondstoffen, in combinatie met grootschalige 'negatieve emissies'.

Ten tweede laat het zien dat er duidelijke verschillen zijn in de klimaatimpacts van 1,5 graden versus 2 graden opwarming.

Ten slotte laat het echter ook zien hoe enorm de opgave is om aan een 1,5 gradendoelstelling te voldoen, een inspanning die duidelijk niet in lijn is met de inspanningen die op dit moment door landen worden voorgesteld.

Ondersteuning voor mondiaal en nationaal klimaatbeleid

De rapporten van het IPCC hebben een belangrijke rol omdat het voor beleidsmakers bijzonder lastig is om zelf uit de enorme hoeveelheid wetenschappelijke literatuur de relevante hoofdboodschappen met hun (on)zekerheden af te leiden en ook te begrijpen hoe die inzichten wijzigen in de loop der tijd. En dat is wel nodig om het klimaatbeleid - zoals het Nederlandse Klimaatakkoord in wording - te kunnen onderbouwen. Aangezien de stroom wetenschappelijke publicaties alleen maar toeneemt, neemt het belang van een beoordeling door een representatieve groep experts eveneens verder toe.

PBL draagt al jaren bij met klimaatmodellen en –scenario’s...

Het PBL draagt al sinds de jaren 90 bij aan de wetenschappelijke rapporten van het IPCC, zo ook deze keer. Vooral het team onder leiding van Detlef van Vuuren, winnaar van de Huibregtsenprijs 2018, draagt al jaren bij door de ontwikkeling en toepassing van IMAGE, een 'integrated assessment model' dat door middel van scenario’s mondiale klimaatverandering in kaart brengt en beleidsopties verkent om klimaatverandering te beperken.

In het 1,5 gradenrapport is in sterke mate gebruik gemaakt van recente IMAGE-berekeningen waarin de wereld niet meer dan 1,5 graden opwarmt Deze berekeningen golden zowel als belangrijkste inbreng voor het default scenario als voor een alternatief scenario dat meer gebaseerd is op gedragsverandering.

…en schrijft mee aan IPCC-rapporten

Maar ook PBL’er Michel den Elzen leverde een belangrijke bijdrage aan het rapport. Als contributing author van hoofdstuk 4 schreef hij o.a. over de huidige reductievoorstellen binnen het eerdergenoemde klimaatverdrag (de zogenaamde Nationally Determined Contributions, NDCs). Deze tekst vormde de basis van het meest controversiële statement van de SPM:

‘Estimates of the global emissions outcome of current nationally stated mitigation ambitions as submitted under the Paris Agreement would lead to global greenhouse gas emissions in 2030 of 52–58 GtCO2eq yr-1 (medium confidence). Pathways reflecting these ambitions would not limit global warming to 1.5°C, even if supplemented by very challenging increases in the scale and ambition of emissions reductions after 2030 (high confidence).’

Of met andere woorden: er zijn snel vergaande wereldwijde emissiereducties nodig, die voorbij de huidige reductieambities gaan, om onder de 1,5 graden te blijven.

Sommige landen vonden dit buiten het mandaat van IPCC gaan omdat dit ‘policy prescriptive’ zou zijn. Dit is een belangrijke discussie bij IPCC-rapporten, omdat het doel van IPCC is om kennis in te brengen in het beleidsproces zonder daarbij ‘politiek’ te zijn.

Uiteindelijk is de tekst echter toch geaccepteerd, omdat duidelijk is dat deze ondersteund wordt door een grote hoeveelheid wetenschappelijke literatuur.

De wetenschap heeft het laatste woord

Het is wellicht voor buitenstaanders moeilijk te begrijpen dat de tekst wordt geschreven door wetenschappers, terwijl de samenvatting door wetenschappers en landen samen wordt vastgesteld. Waarom wordt dit dan toch gedaan? De essentie is dat het rapport dient als gezamenlijke vaststelling van de feiten voor landen – zodat de onderhandelingen zich concentreren op verschillende interpretatie van de kennis, in plaats van op de kennis zelf. De landen mogen alleen suggesties doen voor verbetering zodat de beleidsmakers de SPM beter begrijpen en/of de beleidsimpact mogelijk groter is. Maar die verbeteringen mogen NIET in strijd zijn met het onderliggende rapport.

Als dat wel zo is, dan grijpen de aanwezige auteurs in. Zij hebben het laatste woord en dat is sinds 2011 ook duidelijk zwart op wit vastgelegd. Dit deden ze ook afgelopen week in de discussie over bovenstaande stelling. Uiteraard hebben landen politieke belangen, maar dit proces maakt dat de conclusies veel breder door beleidsmakers worden gedragen en de IPCC-rapporten een veel grotere politieke en ook maatschappelijke impact hebben dan ze zouden hebben zonder dit goedkeuringsproces. Het succes hiervan bleek onder meer in het verdrag van Parijs – dat in sterke mate is gebaseerd op het IPCC AR5-rapport.