Het Europese Klimaat- en Energiebeleidspakket van januari 2008: een verkennende analyse van de implicaties voor Nederland en andere lidstaten

14-05-2008 | Publicatie

Nationale doelstellingen voor de uitstoot van broeikasgassen krijgen minder betekenis als de voorstellen van de Europese Commissie van begin dit jaar worden aangenomen door het Europese Parlement en de Europese Raad. De verantwoordelijkheid voor het klimaatbeleid komt na 2012 sterker bij de Europese Commissie te liggen: nationale emissieplafonds voor broeikasgassen komen voor een deel te vervallen. Ook komt er meer ruimte voor het verhandelen van groencertificaten om taakstellingen op het gebied van hernieuwbare energie te halen.

Regie uitstoot Nederlandse broeikasgassen verschuift naar Europa

Dit rapport is bedoeld voor iedereen die een overzicht wil verkrijgen van de belangrijkste onderdelen van het pakket met wetsvoorstellen over klimaat- en energiebeleid dat de Europese Commissie op 23 januari 2008 heeft gepubliceerd (zie figuur). Het pakket omvat onder andere voorstellen om het huidige emissiehandelssysteem aan te passen, om de lasten van het reduceren van broeikasgassen die niet onder het emissiehandelssysteem vallen te verdelen en om de inzet van duurzame energie te versterken.

Het pakket is gericht op de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen en toename van het aandeel duurzame energie met doelstellingen voor alle Europese lidstaten in 2020. De voorstellen vormen de praktische uitwerking van een besluit van de Europese Raad van maart 2007.

Figuur: schematische weergave van de belangrijkste onderdelen van het pakket met wetsvoorstellen over klimaat- en energiebeleid dat de Europese Commissie op 23 januari 2008 heeft gepubliceerd. (Engelstalig)

Doelen van ‘Schoon en Zuinig’

Dit rapport bekijkt de voorstellen in samenhang en geeft een eerste inschatting van de bijdrage van het pakket aan het behalen van de doelen die Nederland zichzelf gesteld heeft in het beleidsprogramma ‘Schoon en Zuinig’. Het rapport geeft verder een eerste indruk van de verdeling van de taakstellingen over de lidstaten en heeft als doel belangrijke onderwerpen voor verder analyse te identificeren.

De belangrijkste conclusies van het rapport zijn:

  • Met het pakket voorstellen over het Klimaat en Energiebeleid geeft de Europese Commissie invulling aan het Raadsbesluit van maart 2007 om de uitstoot van broeikasgassen in 2020 met 20% te verminderen ten opzichte van 1990. De uitvoering van de maatregelen is een gedeelde verantwoordelijkheid van Commissie en EU- lidstaten. In de voorstellen komt de verantwoordelijkheid voor de implementatie van nieuw klimaatbeleid sterker dan voorheen op Europees niveau te liggen.
  • De voorstellen geven flexibiliteit om de gestelde doelen te bereiken: nationale emissieplafonds voor broeikasgassen vervallen deels, het Europese emissiehandelssysteem (ETS) wordt uitgebreid en internationale handel in groencertificaten wordt mogelijk. Daarnaast blijft er handel in emissierechten van projecten buiten de EU (CDM/JI) ook tussen EU-landen.
  • Het Nederlandse ‘Schoon en Zuinig’-programma (met een doelstelling van 30% reductie van broeikasgasemissies door Nederland in 2020 ten opzichte van 1990) kan profiteren van het Klimaat- en Energiepakket, maar een nationale doelstelling voor emissies door de industrie en energiesector heeft zijn betekenis verloren. De regering kan overwegen het nationale doel voor totale broeikasgasemissies te herformuleren.
  • De ‘Schoon en Zuinig’-doelen voor 2020 voor de sectoren die niet onder het Europese emissiehandelssysteem vallen en voor hernieuwbare energie blijven haalbaar met aankoop van emissierechten en groencertificaten. Voor het ‘Schoon en Zuinig’-doel voor energie-efficiëntie is aanvullend Europees bronbeleid nodig, zoals aangescherpte normen voor voertuigen en elektrische apparaten. Aanvullend Europees bronbeleid is ook nodig voor het halen van de Nederlandse ‘Schoon en Zuinig’-doelen in het geval de EU besluit tot een 30% reductie van de broeikasgasemissies.
  • Bij een goed werkende markt voor emissierechten kan sprake zijn van een ‘waterbedeffect’ binnen de industrie en energiesector. Extra nationaal beleid is in die situatie voor de klimaatdoelstelling niet effectief, maar kan van belang zijn voor het bereiken van nationale doelen op het gebied van luchtkwaliteit, hernieuwbare energie, energie-efficiëntie of technologieontwikkeling.