Bouwen gemeenten met veel winkelleegstand ook veel nieuw?

10-06-2013 | Publicatie

Op verzoek van NRC Next heeft het PBL (Planbureau voor de Leefomgeving) getoetst of de stelling 'Gemeenten met de grootste winkelleegstand bouwen het meeste bij', zoals geponeerd in een tv-spotje over overbewinkeling op initiatief van Van Neerbos Bouwmarkten, juist is. De resultaten zijn gepubliceerd in de rubriek Next.checkt in NRC Next van 10 juni 2013. Hieronder een verantwoording van de gevolgde aanpak.

De data

Het PBL beschikt over een longitudinaal databestand met winkelpanden voor heel Nederland, voor de periode 2004-2013. De cijfers zijn afkomstig van Locatus, in Nederland dé leverancier van winkeldata. Het betreft een bestand met winkelpanden in de detailhandel en publieksgerichte dienstverlening zoals banken, uitzendbureaus en horecagelegenheden. Ten aanzien van individuele panden registreert Locatus allerlei data zoals de branchering, het aantal vierkante meters en de leegstand.

De aanpak

Om te kijken of de stelling juist is, heeft het PBL gekeken of er een statistische samenhang (een correlatie) is tussen de winkelleegstand in een gemeente en het aantal aan de voorraad toegevoegde winkelpanden in diezelfde gemeente. Als de stelling juist is, dan zou er sprake moeten zijn van een positief (significant) verband. De winkelleegstand is bepaald door voor de periode 2004-2013 het gemiddelde aandeel leegstaande winkelpanden van het totaal aantal winkelpanden per gemeente te nemen. Bij de toevoegingen zijn, eveneens per gemeente, alle toegevoegde winkelpanden in de periode 2004-2013 bij elkaar opgeteld en afgezet tegen het totaal aantal winkelpanden in het jaar 2004. Het afzetten tegen de voorraad in 2004 is gedaan om te controleren voor de omvang gemeenten. Grote gemeenten met veel winkels zijn vaak ook de gemeenten die veel nieuwe winkels bouwen.

Conclusie

Wanneer de correlatie tussen beide variabelen wordt berekend, dan blijkt er sprake van een negatief (-0,31) significant (met 99% betrouwbaarheid) verband. Oftewel, de feiten zijn tegengesteld aan de stelling.