Cross-roads of Life on Earth: Exploring means to meet the 2010 Biodiversity Target

Publicatie

De mondiale biodiversiteit dreigt tussen 2000 en 2050 verder af te nemen. Dit komt door verdergaande economische en demografische groei, en daarmee groei van voedselproductie, bosbouw, verdergaande landbouwintensivering, versnippering en klimaatverandering.Geen van een zestal onderzochte beleidsmaatregelen lijkt in staat om deze afname in belangrijke mate tegen te gaan. Internationale handelsliberalisering en armoedebestrijding verslechteren de situatie verder. Houtplantages en energieteelt kunnen op langere termijn leiden tot minder biodiversiteitsverlies, maar op korte termijn neemt het verlies juist toe. Alleen uitbreiden van het areaal beschermde gebieden en minder vleesconsumptie kunnen op korte termijn het verlies beperken. Dit blijkt uit een onderzoek dat het MNP heeft uitgevoerd.

Ontwikkelingen in mondiale biodiversiteit onderzocht

Op verzoek van het secretariaat van het Biodiversiteitsverdrag (CBD) heeft het MNP een onderzoek gedaan naar mogelijkheden om het verlies van de mondiale biodiversiteit te beperken. Dit onderzoek is verricht ter voorbereiding van COP8, de achtste vergadering van de verdragstaten uit de hele wereld van 20 tot 31 maart in Brazilië. Bewindslieden bespreken daar onder meer de voortgang van het realiseren van de 2010-doelstelling om het verlies van de biodiversiteit in 2010 aantoonbaar af te remmen.

Aanzienlijke afname biodiversiteit bij voortzetting huidig mondiaal beleid

Door economische en demografische ontwikkelingen is de mondiale biodiversiteit in het peiljaar 2000 al afgenomen tot 70%, vergeleken met een volledig natuurlijke situatie. In het gebruikte referentiescenario blijkt dat bij ongewijzigd beleid het biodiversiteitsverlies naar alle waarschijnlijkheid onverminderd door zal gaan. De mondiale biodiversiteit zal verder dalen tot 63% in 2050. Het gaat hier overigens om het verlies van de totale hoeveelheid biodiversiteit en dat moet niet verward worden met het compleet uitsterven van soorten. Zie hiervoor ook de indicator natuurwaarde in het dossier biodiversiteit op deze site. Effecten op zoet- en zoutwaterecosystemen zijn in deze studie niet meegenomen.

Het biodiversiteitsverlies blijft onverminderd groot door een verwachte toename van de wereldbevolking van 6 naar circa 9 miljard met een gemiddeld inkomen per hoofd dat drie keer het huidige is. Dit resulteert in een toenemende emissie van broeikasgassen, een toenemende vraag naar voedsel en hout, infrastructuur en bebouwing, versnippering en vervuiling. In dit scenario is wel rekening gehouden met een aanzienlijke stijging van de agrarische productiviteit. Een mondiaal efficiëntere voedselproductie is cruciaal om het toekomstig biodiversiteitsverlies zoveel mogelijk beperken.

Een verdere afname met 7% van de biodiversiteit lijkt beperkt. Maar de resterende biodiversiteit ligt voor een steeds groter deel in onherbergzame gebieden zoals ijs, woestijn, toendra, boreale bossen en bergachtig gebied. De grootste verliezen zullen te verwachten zijn in de voor iedereen zichtbare biodiversiteit: de planten en dieren die groot zijn, veel ruimte nodig hebben, lang leven en zich langzaam voortplanten.

Effect van maatregelen varieert sterk

Van een zestal beleidsmaatregelen is onderzocht welke effecten ze hebben op de hierboven geschetste afname van de mondiale biodiversiteit. Die maatregelen zijn gekozen omdat ze zoveel mogelijk aansluiten bij lopende internationale discussies en onderhandelingen. Niet alle mogelijke maatregelen en combinaties daarvan zijn doorgerekend, maar het algemene beeld is helder. De onderzochte maatregelen kunnen het verwachte biodiversiteitsverlies nauwelijks compenseren, en blijken dit soms zelfs te vergroten. Daarmee is de kans op het halen van de 2010-doelstelling beperkt, ook in de decennia daarna.

Een wereldwijd stelsel van grote, aaneengesloten beschermde natuurgebieden in combinatie met het efficiënt produceren van voedsel op de huidige landbouwgronden lijkt een goede strategie om het toekomstige biodiversiteitsverlies te beperken. Deze efficiëntieverhoging is niet alleen nodig bij de productie van voedsel, maar ook bij de productie van hout en energiegewassen. Effectief tegengaan van de effecten van klimaatverandering, met eventueel een beperkt gebruik van extra (nu nog natuurlijke) gebieden voor het produceren van biobrandstoffen, is noodzakelijk om het biodiversiteitsverlies op de langere termijn te beperken.

Internationale beleidsontwikkelingen kunnen biodiversiteitsverlies versterken

Handelsliberalisatie van de voedselmarkt kan ten koste gaan van biodiversiteit

Handelsliberalisatie vanaf 2015 in WTO kader leidt naar verwachting niet tot een efficiëntere productie van voedsel, maar juist tot een goedkopere manier van produceren waarvoor meer ruimte nodig is. Hierdoor zal ongeveer 20% van de Europese en Noord-Amerikaanse landbouw naar ondermeer zuidelijk Afrika en Zuid-Amerika verschuiven, waar grond en arbeid goedkoop en in overvloed aanwezig zijn. Dit gaat direct ten koste van de savannes en bossen aldaar, terwijl landbouwgronden in Europa en Noord Amerika op grote schaal worden verlaten. Dit leidt wereldwijd tot bijna 7% meer landbouwareaal en daardoor extra biodiversiteitverlies.

Armoedebestrijding in sub-Sahara Afrika leidt tot uitbreiding landbouwareaal

Voor het opheffen van armoede en honger in sub-Sahara Afrika kan aanvullende steun verleend worden voor een gerichte landbouwontwikkeling. Dit leidt, in combinatie met het bovengenoemde vrijmaken van de wereldhandel in agrarisch producten, wereldwijd tot 10% meer landbouwgrond. Het uitbreiden van het landbouwareaal en de bijbehorende infrastructuur zal tot extra biodiversiteitverlies leiden.

Biodiversiteitsverlies op korte termijn kan later omslaan in winst

Energieteelt pas op lange termijn gunstig voor natuur

Door energiebezuiniging en een andere inzet van energiebronnen, zoals het grootschalig produceren van biobrandstoffen (energieteelt), zal de gemiddelde temperatuursstijging beperkt worden tot 2°C. Daardoor kunnen negatieve effecten van klimaatverandering op de biodiversiteit vermeden worden. Het op grote schaal inzetten van energieteelt vraagt ongeveer 10% meer landbouwareaal. De komende 50 jaar zal het verlies aan biodiversiteit door dit ruimtebeslag groter zijn dan de winst door de vermeden klimaateffecten op de biodiversiteit. Ver na 2050 zal de balans wel ten gunste van energieteelt kunnen uitslaan, omdat bij voortzetting van het huidige beleid de klimaateffecten met name na 50 jaar zullen toenemen. Het is mogelijk dat een uitgekiende locatie voor de teelt van energiegewassen, bijvoorbeeld op gedegradeerde bodems die zich niet vanzelf kunnen herstellen, tot een gunstiger uitkomst leidt.

Houtproductie op plantages kan natuurlijke bossen ontzien

Ook het opzetten van houtplantages om de druk op de natuurlijke en half-natuurlijke bossen weg te nemen leidt op korte termijn tot extra ruimtegebruik en daardoor tot extra biodiversiteitverlies. Pas op de lange termijn rond 2040, als de resterende (half)natuurlijke bossen zich kunnen herstellen tot natuurlijke bossen, is naar verwachting het biodiversiteitsverlies kleiner dan in het referentiescenario. Dat gaat dan alleen als deze bossen niet plaats hoeven te maken voor andere menselijke activiteiten, zoals voedselproductie of energieteelt. Ook hier geldt dat bij een uitgekiende locatie voor het stichten van houtplantages de optie eerder gunstig wordt.

Minder biodiversiteitsverlies door uitbreiden natuurbescherming en minder vleesconsumptie

Verminderen vleesconsumptie heeft direct effect

Door het invoeren van een aantal maatregelen in de vleesproductie (op het vlak van voedselveiligheid, dieren welzijn, emissiereductie en mestverwerking) zal de prijs van vlees stijgen en is de verwachting dat de consumptie met ongeveer 5% zal afnemen. Als er minder vlees wordt gegeten zal het benodigde landbouwareaal voor veevoer al op korte termijn verkleinen, waardoor het biodiversiteitverlies direct minder wordt. Het effect van deze optie wordt in de toekomst sterker vanwege de verwachte stijging van de welvaart en de vleesconsumptie in het referentiescenario.

Beschermen van natuurtypen remt biodiversiteitsverlies af

Bij het beschermen van 20% van alle ecosysteemtypen op het land en het effectief handhaven van de beschermingstatus, zal het wereldwijde biodiversiteitverlies tot 2050 geen 7% maar 6% bedragen. Dit effect is kleiner dan verwacht omdat bij bescherming van gebieden de menselijke activiteiten (plus hun effecten) zich verplaatsen naar andere gebieden. De belangrijkste winst is dat beschermde gebieden kunnen herstellen van beschadigingen die ze reeds ondervonden hebben. Een uitgekiend wereldwijd netwerk van beschermende gebieden kan er voor zorgen dat grote gebieden met soorten die veel ruimte en rust vragen (bijvoorbeeld grote zoogdieren) behouden kunnen worden.

Meer informatie

Bovenstaande tekst is een verkorte weergave van de bevindingen uit het MNP-rapport “Cross-Roads of Life on Earth: Exploring means to meet the 2010 Biodiversity Target". Het rapport is na een internationale review verschenen als Nr 31 in de Technische Series van de Biodiversiteitsconventie. De belangrijkste conclusies zijn verwerkt in de 2e Global Biodiversity Outlook (GBO2).

Auteurs

Brink B ten , Alkemade R , Bakkenes M , Clement J , Eickhout B , Fish L , Heer M de , Kram T , Manders T , Meijl H van , Miles L , Nellemann C , Lysenko I , Oorschot M van , Smout F , Tabeau A , Vuuren D van , Westhoek H

Kenmerken

Publicatietitel
Cross-roads of Life on Earth: Exploring means to meet the 2010 Biodiversity Target
Publicatiedatum
2 Juli 2007
Publicatie type
Publicatie
Publicatietaal
Engels
Productnummer
92054